Posts tonen met het label revoluties. Alle posts tonen
Posts tonen met het label revoluties. Alle posts tonen

maandag 17 augustus 2020

Wat er valt te leren van de opstand in Belarus

In Belarus (Wit-Rusland) voltrekt zich een revolutie, in de vorm van een volksopstand tegen de al sinds 1994 heersende dictatuur van Alexander Lukashenko. Zie hieronder de berichtgeving van BBCNews van gisteren.


Ik weet niet meer van Belarus dan de gemiddelde volger van het nieuws. Een aantal jaren geleden verbleven we op een rondreis door de Baltische staten twee nachten in de Litouwse hoofdstad Vilnius, niet ver van de noordelijke grens met Belarus. De oppositiekandidate Svetlana Tichanovskaja, die protest aantekende tegen de twijfelachtige verkiezingsoverwinning van Lukashenko, vluchtte naar Litouwen, waarschijnlijk nadat zij en haar gevangengenomen echtgenoot door het regime waren bedreigd. Haar kinderen had ze eerder in veiligheid gebracht.

Daar in Vilnius, een levendige en cultureel interessante stad, had ik een beeld van het nabije Belarus van een gesloten en achtergebleven land, waarvan de bevolking zich had neergelegd bij de heersende dictatuur. Maar dat was er denk vooral op gebaseerd dat er zo weinig bekend was over het land. Aan Wikipedia ontleen ik nu dat de economie in de jaren negentig met 30 procent instortte, maar tussen 2004 en 2008 jaarlijks met 10 procent groeide. Maar na 2011 stagneerde de economie en was er tot 2018 een lichte daling van het bbp per hoofd van de bevolking. 

Die indruk van een, dus tot voor kort, stabiel land kan er mee te maken hebben dat de economie nog sterk gedomineerd wordt door de grote staatsbedrijven die uit het communistische tijdperk dateren. Er is niet de golf van privatiseringen geweest zoals die er in Rusland wel was en die daar onder de bevolking grote bestaansonzekerheid creëerde. En het Putin-bewind aan de macht bracht en nauw daarmee verbonden de gang van oligarchen die half Londen opkocht. In Belarus ging het dus een tijd economisch behoorlijk goed, waarna die stagnatie volgde.

Dat laatste komt overeen met de revolutietheorie van James C. Davies, die de kans op een spontane revolutie het grootst acht als een periode van voorspoed de hoop op nog betere tijden aanwakkert, die vervolgens door verslechteringen wordt gefrustreerd. Zie Over ontevredenheid met de politiek en de steun voor de verzorgingsstaat - leven we in een pre-revolutionaire toestand?

Maar die theorie houdt er nog geen rekening mee dat het voor een spontane revolutie nodig is dat mensen niet alleen gefrustreerd zijn, maar ook dat van elkaar weten. De bereidheid om de straat op te gaan en te demonstreren kan er al bij iedereen zijn, maar zolang mensen nog twijfelen aan de bereidheid van anderen, kan er nog lange tijd niets gebeuren. Er is dan een sociaal informatietekort. Iedereen is de heersende dictatuur beu, die niets anders is dan een extreme statushiërarchie, en zou een democratie willen. Een regering voor wie een mensenleven wat waard is, zo als een geïnterviewde deelneemster aan de Mars voor de Vrijheid uitriep.

Maar voor het doorbreken van een heersend statuscompetitiepatroon, in de vorm van een collectieve berusting in de dictatuur, is nodig dat genoeg mensen van elkaar weten dat ze zullen meedoen aan de opstand. Aan het kenbaar maken dat het tijd is voor democratie, dus voor het ruim baan geven aan de morele intuïties van het gemeenschapsgedrag.

In die toestand kunnen relatief kleine daden een proces in gang zetten dat bliksemsnel dat informatietekort opheft. Als één iemand het risico neemt om op te staan, in dit geval dus Svetlana Tichanovskaja, dan kan de volksopstand zomaar een feit zijn.

Er valt dus wel wat te leren van de gebeurtenissen in Belarus. Timothy Snyder stond daar gisteren bij stil in de Washington Post, speciaal met betrekking tot de toestand in de Verenigde Staten. Waar zich natuurlijk ook een strijd om de democratie afspeelt. Zie What Americans should learn from Belarus.

dinsdag 5 januari 2016

Over ontevredenheid met de politiek en de steun voor de verzorgingsstaat - leven we in een pre-revolutionaire toestand?

Er zijn van die statistieken die weinig veranderen en misschien daardoor nauwelijks aandacht krijgen. Zo is er een stabiel patroon in de tevredenheidsstatistieken. We zijn behoorlijk tevreden met ons eigen leven. In een rapportcijfer uitgedrukt, geven we ons eigen leven gemiddeld een 7,6 of daaromtrent. (Cijfers ontleend aan Burgerperspectieven 2015 | 4.) En door de jaren heen zie je daarin nauwelijks verandering.

Maar net zo stabiel is het gegeven dat we behoorlijk minder tevreden zijn met de toestand van het land. In 2014/'15 gaven we een 6,2 aan de huidige staat van het onderwijs, een 6,0 aan die van de gezondheidszorg en aan de manier waarop de democratie werkt, een 5,3 aan de huidige toestand van de economie en een 5,1 aan de manier waarop de Nederlandse regering haar werk doet.

Die tevredenheidskloof is soms aanleiding om die ontevredenheid met de toestand van het land wat te relativeren. Iedereen is immers behoorlijk tevreden, dus waar zeuren we over? Die ontevredenheid zal wel aan de negatieve berichtgeving liggen.

Maar kijk dan ook even naar de rapportcijfers voor het vertrouwen in parlement (5,2), politici (4,9) en politieke partijen (4,8).  Ook die zijn door de jaren heen behoorlijk stabiel. Die ontevredenheid en dat lage vertrouwen zullen wel met elkaar te maken hebben. Als je er met wat afstand naar kijkt, dan moet je wel onder ogen zien dat enige verontrusting op zijn plaats is. Kan zo een opvallende ontevredenheid met politiek en democratie lang blijven voortbestaan? Anders gezegd, hebben we hier eigenlijk niet met een pre-revolutionaire toestand te maken. Ik weet het, dat klinkt overdreven, maar dat komt misschien wel doordat deze cijfers zo weinig aandacht krijgen.

Uit de sociaalwetenschappelijke literatuur kennen we de hypothese van James C. Davies dat revoluties vooral uitbreken als door voorafgaande verbetering van omstandigheden aangewakkerde verwachtingen gefrustreerd worden door plotselinge achteruitgang. Zie de figuur, overgenomen uit The J-curve – James C. Davies’ Theory of Revolutions.

Nu zijn er veel revoluties geweest die niet op deze wijze verklaard kunnen worden. Andersom: het verloop van de hoge economische groei tot aan de crisis van 2008-2010 en de daarop volgende stagnatie lijkt wel erg sterk op wat in de figuur is afgebeeld. Misschien toch pre-revolutionair?

Maar wat zijn dan die verwachtingen die gefrustreerd zijn? Die liggen misschien niet in de eerste plaats op het vlak van de individuele omstandigheden. Als je afgaat op die stabiele tevredenheid met het eigen leven. Wat dan wel, vraag je je af.

Welnu, daar krijg je zicht op als je kijkt naar de door de bevolking gewenste veranderingen in uitgaven aan politieke doeleinden. Als je mensen vraagt aan welke doeleinden meer (of minder) geld zou moeten worden uitgegeven, dan staan er van 17 doeleinden vier met afstand bovenaan. Dat zijn "vergroten van de werkgelegenheid", "verbeteren van de gezondheidszorg", "bestrijden van armoede in Nederland" en "verbeteren van het onderwijs", met een nettosteun voor stijging van uitgaven van respectievelijk 75, 75, 70 en 68 procent.

En wat je dan natuurlijk meteen opvalt is dat het hier gaat om de verzorgingsstaat. Jawel, de verzorgingsstaat. Als er in Nederland een revolutie uitbreekt, liever natuurlijk via de weg van de verkiezingen, dan lijkt dat er een te worden die voortkomt uit gefrustreerde verwachtingen omtrent de voorzieningen van de verzorgingsstaat. Wij willen met zijn allen dat iedereen die wil werken werk moet kunnen vinden, dat de gezondheidszorg goed en voor iedereen toegankelijk is, dat niemand in armoede hoeft te leven en dat onze kinderen het beste onderwijs krijgen dat er is.

En het is duidelijk dat we vinden dat de politiek niet levert.

Zie voor die kloof met de politiek ook: Zijn de kiezers linkser dan de politici?

Al mijn volgers en abonnees een gelukkig en gezond 2016 toegewenst!