Posts tonen met het label Daniel Kahneman. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Daniel Kahneman. Alle posts tonen

dinsdag 22 september 2020

Hoe zelfs, of juist, de superrijken gemotiveerd worden door hun behoefte aan veiligheid

De FinCEN Files, de ruim 2600 geheime documenten die verdachte banktransacties van over de hele wereld blootleggen, laten zien .hoe banken wereldwijd op grote schaal geld witwassen voor hun superrijke klanten en ongestraft miljoenenbetalingen doen voor gesanctioneerde bedrijven, criminelen en oligarchen. Ze staan in het rijtje van de Panama Papers, de Paradise Papers en de Troika Laundromat. 

Ze leggen bloot hoe de superrijken illegaal of verdacht verkregen rijkdommen proberen voor de openbaarheid en voor belastingdiensten te verbergen door gebruikmaking van het internationale bankverkeer. Grote hoeveelheden zwart geld worden via dat verkeer de wereld rond gesluisd en komen "witgewassen" weer retour. De grote banken, JPMorgan en Standard Chartered, het Britse HSBC, Deutsche Bank en de Nederlandse ING Bank, profiteerden, terwijl ze verplicht zijn om verdachte transacties te melden.

Wat ze ook blootleggen is dat we wereldwijd in de afgelopen decennia een economisch stelsel hebben laten ontstaan (aandeelhouderskapitalisme of neoliberalisme) dat "ophoping van vermogens" toestaat en faciliteert. Denk weer even aan Dirk Bezemers Een land van kleine buffers. Waarin de inkomens-, maar vooral ook de vermogensongelijkheid extreem is toegenomen. Niet als een ongelukkig neveneffect, nee, als een wenselijkheid. Want door meer ongelijkheid toe te staan zouden mensen meer geprikkeld worden om zich in te spannen. En al die inspanningen zouden via het weldadige marktmechanisme op wonderbaarlijke wijze tot betere uitkomsten voor iedereen leiden. 

Daar kun je van alles van vinden, maar in ieder geval werd in die manier van denken veronachtzaamd wat grote ongelijkheid met mensen doet en vooral wat grote rijkdom met de superrijken doet. Hij gaat ten koste van een gevoel van gezamenlijkheid, wakkert rechts-extremisme aan en bedreigt de democratie. 

Naar de onderliggende processen die daarin een rol spelen, zal vast nog veel onderzoek worden gedaan. Daaruit zou wel eens naar voren kunnen komen dat een toename van ongelijkheid de bestaansonzekerheid en daarmee de statuscompetitie aanwakkert, waarvoor bestaand onderzoek al aanwijzingen verschaft. 

En het nog dieper liggende mechanisme zou wel eens kunnen zijn dat de menselijke behoefte aan sociale veiligheid door toename van ongelijkheid wordt bedreigd. Sociale onveiligheid creëert immers zowel oogkleppen (cognitive closure) als ontvankelijkheid voor narcistische, populistische politic die gemakkelijke oplossingen voorwenden. 

Het zou kunnen dat zelfs de superrijken, die dus hun illegaal of verdacht verworven rijkdommen verborgen willen houden voor de openbaarheid en de belastingdiensten, door diezelfde behoefte aan veiligheid worden gemotiveerd. Want denk maar niet dat die vergaarde rijkdommen wel een gevoel van veiligheid zullen verschaffen. Er blijkt immers te gelden dat hoe meer mensen hebben, hoe meer ze willen. 

Die neiging tot onverzadigbaarheid, waar Emile Durkheim (1858 - 1917) al aandacht voor vroeg, zou er mee te maken kunnen hebben dat hoe meer je hebt, hoe meer je zou kunnen verliezen. Dus hoe meer bedreigingen je meent waar te nemen. De mogelijkheid iets te verliezen, gaat dan motiverender werken dan de mogelijkheid om je rijkdom te vergroten. Denk aan onze aversie tegen verlies (Kahneman, Knetsch en Thaler, 1991), die gemakkelijk lijkt af te leiden uit onze behoefte aan veiligheid.

Ook de superrijken, of juist zij, willen dus ten koste van alles beschermen wat ze verworven hebben. Vandaar hun grote hang naar het verborgene en hun afkeer van belastingen betalen. 

En vandaar ook hun pogingen om hun middelen aan te wenden om de politiek te beïnvloeden. Voor hen is de democratie bedreigend, want daarin telt iedere stem even zwaar mee, of je nu arm of rijk bent. Dat je je aan een meerderheidsbesluit zou moeten onderwerpen, dat is voor een superrijke uiterst bedreigend.

Veel van wat er zich vandaag de dag afspeelt, lijkt kortom goed te verklaren vanuit die behoefte aan veiligheid. Een behoefte die zelfs niet, of juist niet, met rijkdom bevredigd kan worden. 

Lees in dat verband ook eens het blog van Simon Wren-Lewis van vandaag: Why neoliberalism can end in autocratic, populist and incompetent plutocracy.

maandag 22 februari 2016

Over de intellectuele valkuil van de neo-klassieke economie en de sekte die daaruit is voortgekomen

Wie twijfelt er nog aan dat in de Europese economische politiek, in het bijzonder in die van de eurozone, een sekte aan de macht is? Zie mijn bericht Als je door een sekte geregeerd wordt, dan loopt dat niet goed af van juni vorig jaar.

Vandaag gaat econoom Piet Keizer in op het sektarische gedrag waar de Europese economie en de Europese bevolking nu al jaren onder te lijden heeft. Zie Het Duitse monetaire trauma gijzelt de eurozone.

En Keizer probeert, aan de hand van Daniel Kahneman, te analyseren wat hier aan de hand is. De politici en de neo-klassieke economische adviseurs die hen in hun ban hebben, zijn niet in staat om informatie op te nemen die niet past in hun bestaande kennisstructuur. Bovendien vormen ze een gesloten groep, die ook groepsgewijs op informatie reageert. Daardoor ontstaat het volgende beeld (ik citeer Keizer):
Een geest (‘mind’), die over een lange periode een neoklassieke kennisstructuur heeft opgeslagen, zal een onderzoeksresultaat, dat stelt dat een prijsdaling heeft geleid tot een daling van de gevraagde hoeveelheid van dat goederenpakket niet snel opnemen. Als deze informatie wordt gepresenteerd in combinatie met een hele reeks van - voor een neoklassiek gestructureerde geest - onwaarschijnlijkheden, dan is de kans groot dat deze groep van informatie niet wordt opgeslagen. Als een volgende keer weer onwaarschijnlijke informatie van hetzelfde type wordt aangeboden, wordt de kans steeds groter dat die weer wordt afgewezen. De kennisstructuur, die wel is opgeslagen, wordt op deze wijze steeds sterker. We noemen een persoon dogmatisch, als hij of zij – ondanks aandringen van personen uit zijn omgeving, weigert nieuwe kennisstructuren te bestuderen. Een dergelijke weigerachtige houding is typerend voor een irrationeel persoon. De vraag is nu waar die ongelooflijke halsstarrigheid op het terrein van monetaire en budgetaire politiek vandaan komt.
Ziedaar, een sekte die zich volledig heeft afgesloten van Keynesiaanse inzichten over hoe uit een depressie te geraken. Piet Keizer:
Keynes zou in de huidige situatie twee voorstellen doen, waaruit gekozen kan worden: (1) Overheden van landen met een betalingsbalansoverschot verhogen hun infrastructurele investeringen, gefinancierd uit het grote spaaroverschot dat de meeste landen hebben; en (2) hetzelfde type investeringen maar dan monetair gefinancierd.
Oplossingen die niet moeilijk zijn te begrijpen, tenzij je bevangen bent door dogma's waarbinnen die oplossingen niet eens aan de orde mogen komen.

Piet Keizer stelt een soort pedagogisch experiment voor om die, vooral Duitse, politici en economen uit hun intellectuele kooi te halen waarin ze gevangen zitten.

Dat is aardig bedacht, maar de kans lijkt groot dat er pas iets verandert door politieke omwentelingen. Hopelijk vreedzame omwentelingen.

Zie in dit verband trouwens ook deze prachtige film waarin Abraham Rotstein vertelt over hoe hij in de jaren 50 van de vorige eeuw door colleges van Milton Friedman aan de Universiteit van Chicago in de "intellectuele valkuil" van de neo-klassieke economie terechtkwam. En daar uit wist te ontsnappen doordat hij later in aanraking kwam met het werk van de historisch econoom Karl Polanyi.

Omdat ik zelf in het verleden ook enige tijd in die valkuil heb vertoefd, kom ik daar zeker nog een keer op terug.

woensdag 8 augustus 2012

De psychologie van het marktdenken en de draden van dit blog

De verschillende draden die in dit blog zijn te onderscheiden, zitten natuurlijk ook in mijn hoofd. Soms lijken ze daarin (in mijn hoofd) een poosje parallel aan elkaar te lopen en soms lopen ze door elkaar heen en wordt het een ondoorzichtige kluwen. Maar soms ook komen ze min of meer bij elkaar en ontstaat een, altijd voorlopig, beeld van eenheid. Waardoor, en dat is natuurlijk het mooiste, de inzichten van die verschillende draden niet alleen bij elkaar aansluiten en onderlinge samenhang vertonen, maar ook elkaar aanvullen, versterken of tegenspreken.

Die laatste ervaring bracht me er op dat ik een nieuwe draad zou moeten beginnen onder de titel psychologie van het marktdenken. Met het achterliggende idee dat de markt een nog maar recent verschijnsel is in de mensheidsgeschiedenis en dat onze morele en cognitieve intuïties er maar een beperkt zicht op en een beperkte helderheid in kunnen verschaffen. Dit "informatietekort" leidt er toe dat we in ons denken sterk geneigd zijn om op vuistregels te vertrouwen. En dat tegelijkertijd uiteenlopende vuistregels zich kunnen aandienen.

Een zo'n vuistregel is die van de onzichtbare hand, die er voor zorgt dat mensen die alleen maar hun eigen belang nastreven er toch met zijn allen voor kunnen zorgen dat het resultaat voor ons allen gunstig is. Maar daartegenover staat de vuistregel dat het voor een goede maatschappij nodig is dat mensen zich moreel gedragen en niet alleen maar egoïstisch zijn.

Nu is er over die tegenstelling in de intellectuele ideeëngeschiedenis natuurlijk van alles geschreven. Ik noem alleen maar het zogenaamde Adam Smith-probleem, dat er over gaat dat beide vuistregels in het werk van Smith aanwezig zijn, zonder dat dat probleem van die tegenstelling lijkt te worden opgelost (zie bijvoorbeeld hier). En zie meer in het algemeen het mooie boek The Mind and the Market van Jerry Z. Muller.

Maar onder die titel Psychologie van het marktdenken zou ik meer willen kijken naar wat het sociaal-psychologische onderzoek te vertellen heeft over hoe mensen geneigd zijn de markt te begrijpen (of juist niet te begrijpen) en te beoordelen. Ik denk nu aan een onderzoek dat ergens rondom 1990 werd gepubliceerd (en dat ik dus moet zien terug te vinden), waaruit bleek dat de meeste mensen marktprocessen en marktuitkomsten heel anders beoordelen dan dat we ze volgens de neo-klassieke micro-economie zouden moeten beoordelen. (Denk ondertussen ook aan de gedragseconomie en bijvoorbeeld aan het boek Ons feilbare denken van Daniel Kahneman, dat wel een bestseller genoemd mag worden).

Maar ik denk ook aan recentere studies van Kathleen Vohs en anderen, die er op wijzen hoe ons gedrag beïnvloed wordt door met geld in aanraking te komen, ook al is die "aanraking" heel subtiel. En geld is natuurlijk waar het in de markt om draait. Zie bijvoorbeeld hier.

Dit onderzoek wijst er op dat ons denken over de markt sterk kan fluctueren. In de zin dat verschillende mensen er heel andere gedachten en gevoelens over kunnen hebben. Maar ook in de zin dat het denken en de gevoelens van personen in de tijd aan veranderingen onderhevig zijn. Het lijkt van belang om uit te vinden wat de factoren zijn die die fluctuaties beïnvloeden.

Dit bericht is dus voor mijzelf een herinnering en aanmaning om eens een begin te maken met de draad Psychologie van het marktdenken. En voor de lezers van dit blog een aankondiging.

Andere draden lopen gewoon door. Zoals de draad van sociale omgeving en gezondheid, die van sociale omgeving en pro-sociaal gedrag, die van de mythe van de opvoedbaarheid en die van zelf-organisatie. En tussentijds komen zo nu en dan al deze draden samen. Dat is althans de bedoeling.
Update. De vele berichten over de eurocrisis zijn meer gemotiveerd door actuele urgentie dan dat ze een inhoudelijke draad vormen. Wel is er in ieder geval een verband met de draad van de zelf-organisatie. En uiteraard met de psychologie van het marktdenken.

donderdag 9 februari 2012

Thinking Fast and Slow - Daniel Kahneman in gesprek met Richard Layard

Het gesprek dat Richard Layard op 15 november 2011 voerde met Daniel Kahneman aan de London School of Economics staat nu op YouTube. Zie de link hieronder. Twee intelligente en wijs geworden oudere heren met stropdas. Nog geen tijd gehad om het helemaal af te kijken.

Richard Layard schreef in 2005 het boek Happines. Lessons From a New Science (Nederlandse vertaling: Waarom zijn we niet gelukkig?). Het gesprek is naar aanleiding van het nieuwste boek van Kahneman, Thinking Fast and Slow, vertaald als Ons Feilbare Denken.

Thinking Fast and Slow - Daniel Kahneman in conversation with Richard Layard - YouTube:

'via Blog this'

vrijdag 25 november 2011

Prestatiebeloning in het onderwijs geen goed idee

In het bericht Stop de bonussen! gaf ik een overzicht van het onderzoek naar de effecten van prestatiebeloning. Ik citeer een van de conclusies:
... individuele resultaatafhankelijke beloning (werkt) inderdaad productieverhogend als het om kwantiteit gaat, dus als de kwaliteit van de geleverde prestaties niet erg varieert of als aangenomen mag worden dat deze tenminste voldoende hoog is. Voor het bereiken van dit positieve effect is een geringe resultaatafhankelijke beloning voldoende. En het gaat hier om het uitvoeren van taken waarbij weinig samenwerking nodig is.
Prestatiebeloning kan dus goed werken als het om eenvoudige werkzaamheden gaat, die naar kwaliteit weinig kunnen variëren. Zoiets als lopende band-werk, denk je dan. En vooral niet doen als de kwaliteit van het werk cruciaal is. En ook niet doen als collegiale samenwerking belangrijk is.

Je kunt dus gemakkelijk allerlei werk bedenken waarvoor prestatiebeloning bij uitstek ongeschikt is. Onderwijs schoot mij als eerste te binnen. Bij het werk van leraren gaat het om kwaliteit. En collegiale samenwerking is een belangrijk middel om die kwaliteit te verhogen. In het onderwijs niet doen dus.

Maar Halbe Zijlstra (een ex-student van mij), de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, wil er mee gaan experimenteren. Ik vind dit een mooi voorbeeld van de onwil van mensen om hun overtuigingen te laten bijstellen door kennisname van de resultaten van wetenschappelijk onderzoek, waar Kahneman op wijst in zijn boek Thinking, Fast and Slow. Hoe is die onwil in dit bijzondere geval te verklaren?

Ik kwam daar meer over te weten, toen ik ontdekte dat het Centraal Planbureau bij de doorrekening van de verkiezingsprogramma's extra punten toekent als daarin sprake is van het voornemen om prestatiebeloning in te voeren. Waarschijnlijk daardoor zijn zeven politieke partijen - PvdA, VVD, CDA, GroenLinks, D66, SGP en ChristenUnie - voorstander van prestatiebeloning geworden. En waar baseert het CPB zich op? Op een onderzoek dat voortijdig werd afgebroken. En alle studies - vooral Amerikaanse - die negatief oordeelden over prestatiebeloning in het onderwijs werden kennelijk genegeerd.

Ik ontleen deze laatste informatie aan een mooi overzicht van Robert Sikkes, dat ik vond op deze pagina van de website van de Algemene Onderwijsbond.

zondag 23 oktober 2011

Bonussen krijgen voor toevalsuitkomsten

Dit (zie hieronder) is een voorpublicatie uit het nieuwe boek van Daniel Kahneman. Hij laat er in zien dat de "prestaties" van financiële adviseurs vrijwel volledig op toeval berusten. Anders gezegd, het verband tussen wat een adviseur in een jaar presteert (gemeten naar hoe zijn adviezen uitpakken) en wat hij in een ander jaar presteert, is vrijwel afwezig. Die adviseurs worden beloond met bonussen waarvan de hoogte afhankelijk is van hun "prestaties".

In feite worden ze dus niet voor prestaties beloond, maar voor toevalsuitkomsten. Dat zou pleiten voor gewoon een vast salaris. Als je dat vertelt aan die adviseurs of aan hun bazen, dan verandert dat niet hun geloof in prestatiebeloning, dus in het nut van bonussen. Daar gaan ze dus gewoon mee door.

Zoals uit dit paper blijkt, zijn ook veel van de bonussen die CEO's ontvangen, gewoon beloningen voor toevalsuitkomsten. Maar die bonussen, daar gaan ze dus gewoon mee door.

Don’t Blink! The Hazards of Confidence - NYTimes.com:

'via Blog this'