Posts tonen met het label Thomas Philippon. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Thomas Philippon. Alle posts tonen

maandag 7 augustus 2017

Deregulering en zelfverrijking in de financiële sector

Vaak spreekt een plaatje boekdelen. Thomas Philippon en Ariell Resheff onderzochten de ontwikkelingen van de beloningen in de financiële sector in de Verenigde Staten: Wages and Human Capital in the U.S. Finance Industry: 1909–2006. Met de bedoeling om na te gaan in hoeverre de veranderingen in de hoogte van die beloningen, in vergelijking met de beloningen in de rest van het bedrijfsleven, uit reguliere economische factoren verklaard kunnen worden. Denk aan factoren als vereiste opleiding en vereiste vaardigheden.

Eenvoudig gezegd is hun conclusie dat een flink deel van die verklaring gezocht moet worden in veranderingen in de mate waarin de financiële sector onderhevig is aan regulering. In het plaatje zie je de ontwikkeling van de relatieve beloningshoogte (blauwe lijn) en de mate van (de-)regulering (rode lijn). Denk bij die regulering aan regels omtrent de scheiding van commerciële banken en investeringsbanken en van banken en verzekeringsmaatschappijen, aan restricties van het werkgebied van banken en aan regels omtrent renteplafonds.



Zie hoe de beloningshoogte sterk reageert op verandering in de mate van regulering. Nadat in de jaren 30 meer werd gereguleerd, zoals met de invoering van de Glass-Steagall Act, die speculatieve activiteiten aan banden legde, namen ook de relatieve beloningen met enige vertraging sterk af. Er begon een tot 1980 durende periode van regulering en lagere, normale en economische te verklaren, beloningen.

Maar toen met de opkomst van het neoliberalisme de gedachte postvatte dat deregulering veel beter zou zijn (laat de markt zijn weldadige werk doen!), waardoor o.a. die Glass-Steagall Act weer werd ingetrokken, keerden ook de excessieve beloningen terug.

En dat werkt door tot vandaag de dag. De vraag is dus of de lessen uit dit plaatje nog wel zullen worden geleerd. Zoals de les dat bonussen in de financiële sector gewoon een slecht idee is. Philippon en Resheff daarover:
regarding earnings profiles, we find that the finance wage bill could be significantly reduced if incentives were the same as in the rest of the private sector. One challenge for future research is to understand why today’s finance industry requires higher powered incentives than other industries and than the finance industry of the 1960s.
Anders gezegd, dat uitgerekend bankiers zo nodig met bonussen moeten worden verleid om hun werk goed te doen, dat valt niet goed te begrijpen.

De bredere les is dat mensen, ook als ze bij een bank werken, best bereid zijn om hun morele intuïties te volgen en zich maatschappelijk verantwoordelijk te gedragen, als ze maar door regels en wetten eraan worden herinnerd dat zulks van hen verwacht wordt.

Maar als dat laatste niet gebeurt, dan is zelfverrijking op grote schaal het gevolg. Scroll even door de berichten op dit blog waarin dat woord zelfverrijking voorkomt.

vrijdag 9 maart 2012

Zelfverrijking in de financiële sector en financiële crises

Is het zo dat zelfverrijking in de financiële sector als regel een rol speelt in de totstandkoming van financiële crises? In 2008 las ik dit paper van Thomas Philippon en Ariell Resheff, dat duidelijke aanwijzingen voor die rol van zelfverrijking verschaft. Twee grafieken zijn mij altijd bijgebleven en ik heb ze deze week weer eens opgezocht. De eerste is een grafiek die laat zien hoe in de Verenigde Staten het aandeel dat de financiële sector uitmaakt van de gehele economie zich ontwikkelde sinds ongeveer 1860.

We zien dat het aandeel vooral sinds ongeveer 1980 sterk begon te stijgen. Maar als we meer in de tijd teruggaan, zien we dat er zich voorafgaand aan de Grote Beurskrach van 1929 een soortgelijke stijging voordeed.

Nu kan het natuurlijk zijn dat in beide gevallen dat aandeel toenam doordat de financiële sector ook echt meer ging bijdragen aan het nationale product door een relatieve stijging van de productiviteit. Maar Philippon en Resheff komen tot de conclusie dat dat niet zo was. (Zie ook dit paper van Philippon.)

Een interessant zicht daarop geeft ook de tweede grafiek. De auteurs keken ook naar de ontwikkeling van de lonen in de financiële sector. En hielden daarbij rekening met factoren als toegenomen opleidingseisen die mogelijke loonstijgingen zouden kunnen verklaren. De ontwikkeling die daarboven uitgaat, dus van het loon voorzover de veranderingen daarvan met strikt economische factoren niet zijn te verklaren, staat afgebeeld in de tweede grafiek. In feite is het dus de ontwikkeling van het excessieve inkomen.

Tja, we zien hier de rol van de factor zelfverrijking in het ontstaan van financiële crises.

In de woorden van Joseph Stiglitz, de overwinning van hebzucht over voorzichtigheid. (De titel van hoofdstuk 6 van zijn boek Freefall. Free markets and the Sinking of the Global Economy (2010) luidt "Avarice Triumphs Over Prudence").

Of in de woorden van John Kenneth Galbraith:
...the basic fact of the twenty-first century - a corporate system based on the unrestrained power of self-enrichment.
Dat laatste citaat is uit The Economics of Innocent Fraud. Truth of Our Time, dat hij in 2004 schreef, twee jaar voor zijn overlijden op 97-jarige leeftijd. Het is een klein boekje, dat maar 74 bladzijden telt. Een zo oud en zo wijs geworden man heeft niet meer zo veel woorden nodig.

In 1954 schreef hij de eerste grote analyse van de Beurskrach van 1929: The Great Crash. Ik schreef eerder kort over John Kenneth Galbraith in dit bericht.