Posts tonen met het label sociale intelligentie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sociale intelligentie. Alle posts tonen

woensdag 31 oktober 2018

De mensheidsgeschiedenis in drie stappen - 2

De eerste stap van de mensheidsgeschiedenis begon met de "keuze" van onze vroegste voorouders om het inkrimpende tropisch regenwoud te verlaten en zich aan te passen aan het savannelandschap. Zie het vorige bericht.

Die aanpassing had nogal wat om het lijf. Er werd een compleet nieuwe sociale structuur gevormd, die van egalitaire groepen die samenwerkten en deelden. Tussen die groepen bestonden overwegend vriendschappelijke relaties. Door onderlinge uithuwelijking, maar ook doordat er nauwelijks aanleidingen waren voor conflicten.

Als er lokale "overbevolking" dreigde, en dus de natuurlijke hulpbronnen schaars dreigden te worden, dan kon men zich meer over de ruimte verspreiden. Groepen splitsten en een deel trok verder. Zo verspreidden mensen zich gaandeweg en stapje voor stapje, waarschijnlijk vanuit Oostelijk Afrika, over nagenoeg het gehele aardse landoppervlak.

Dat alleen al wijst er op dat we hier te maken hebben met een heel succesvolle leefwijze. Die "Paleo Sociale Omgeving" hield onder meer in:
  • het gezamenlijk zorgen voor en grootbrengen van de kinderen (cooperative breeding)
  • waardoor kinderen vroeger en dus onrijper konden worden geboren, want moeders draaiden niet alleen voor de zorg op
  • waardoor de hersenen en de hersenomvang na het geboren worden zich verder konden ontwikkelen
  • wat het mogelijk maakte om zich qua sociale intelligentie aan te passen aan de uitdagingen van het complexe groepsleven waarin moest worden samengewerkt en gedeeld. Zie ook Menselijke intelligentie is uitkomst van op hol geslagen selectie
  • die sociale intelligentie (empathie, gedeelde intentionaliteit, sociaal leren) ging gepaard met een grotere algemene intelligentie. Zie Social intelligence: from brain to culture
  • waardoor allerlei fysieke verschijnselen beter konden worden begrepen
  • wat o.a. er toe leidde dat vuur werd beheerst en dat voedsel kon worden bereid
  • bereiding van voedsel (koken) bevorderde het delen en dus de sociale samenhang, want als je kookt, kost het weinig meer moeite om dat voor een groep te doen
  • koken had daarnaast als voordeel dat er minder energie nodig was voor de vertering en dus voor het darmstelsel, waardoor er meer energie beschikbaar kwam voor de ontwikkeling en de activiteit van de hersenen
  • wat weer de toename van intelligentie bevorderde. Zie voor meer Catching Fire. How Cooking Made Us Human (2009) van Richard Wrangham
  • door die toegenomen intelligentie en doordat we ondertussen rechtop waren gaan lopen, konden we wapens (stokken, stenen, pijlen) gebruiken
  • die waren niet alleen geschikt voor de jacht, maar dienden ook ter bevordering van de gelijkheid
  • want de fysieke kracht, zoals die van de chimpansee alfa-mannetjes, werd minder doorslaggevend, als iedereen over een wapen kon beschikken. Zie De oorsprong van ons pro-sociale gedrag: grote hersenen en wapens
  • waardoor de seksuele dimorfie afnam en daarmee de gelijkheid tussen mannen en vrouwen toenam
  • door dit alles was er een sociale structuur waarin geselecteerd werd op de morele intuïties van het gemeenschapsgedrag, die nodig waren voor dat o zo belangrijke samenwerken en delen
  • en als die intuïties eens een keer tekortschoten, dan kon degene die de baas wilde spelen of die zich egoïstisch gedroeg door de groep op zijn nummer worden gezet. Zie dit bericht over het werk van Christopher Boehm.
Deze, nog onvolledige, opsomming maakt al wel duidelijk dat die eerste stap van de mensheidsgeschiedenis een ingewikkeld geheel van processen vormde, met allerlei positieve terugkoppelingen.

Het resultaat was dat een heel succesvolle leefwijze ontstond, die het dus mogelijk maakte om de aarde vrijwel geheel te "veroveren". 

Maar dat succes zorgde ook voor de noodzaak van de tweede stap. Uiteindelijk konden gevallen van lokale overbevolking niet meer worden opgelost door verdere verspreiding over de ruimte.

Waardoor moest worden overgestapt op intensievere onttrekking van hulpbronnen aan de aarde. Door landbouw. Daarom in het volgende bericht over de Agrarische Revolutie.

dinsdag 24 mei 2016

Menselijke intelligentie is uitkomst van op hol geslagen selectie

Het klopt dat veel dieren slimmer zijn dan wij geneigd zijn te denken. Lees het nieuwe boek van Frans de Waal. Maar dat staat niet in de weg van de stelling dat de menselijke intelligentie uniek is in het dierenrijk. Onze cognitieve vermogens gaan ver uit boven die van ook onze naaste verwanten.

Hoe is dat eigenlijk zo gekomen? Kunnen wij met die uitzonderlijke vermogens ook inzicht hebben in hoe de evolutie ons zo intelligent heeft gemaakt?

Ja, dat moet je wel concluderen als je het fraaie betoog Extraordinary intelligence and the care of infants gelezen hebt. Want de auteurs halen enkele bekende inzichten bij elkaar en trekken daaruit een conclusie die eigenlijk erg voor de hand blijkt te liggen.

Het gaat dan om reeds bekende inzichten als:
  • voor grotere intelligentie is een grotere hersenomvang nodig (bij gegeven lichaamsomvang)
  • mensenbaby's worden extreem onrijp geboren en hebben dus na de bevalling veel en lang zorg nodig
  • mensen zijn een van de weinige diersoorten die coöperatieve zorg voor baby's en kinderen kennen
  • de menselijke intelligentie is bovenal een sociale intelligentie, d.w.z. dat hij een aanpassing was aan de complexe sociale omgeving waarin zorg voor kinderen gedeeld wordt en waarin daartoe wordt samengewerkt en voedsel gedeeld
De auteurs laten nu zien dat de combinatie van deze inzichten een proces van op hol geslagen selectie in werking lijkt te zetten (runaway selection). Want als baby's veel en lang zorg nodig hebben, zelfs zoveel dat alleen coöperatieve zorg voldoende is, dan moeten de ouders en andere zorggevers intelligent genoeg zijn om (samen) die zorg voor elkaar te krijgen. Voor die intelligentie is een grotere hersenomvang nodig. Maar die grotere hersenomvang maakt het op zijn beurt noodzakelijk dat baby's vroeger en dus onrijper worden geboren, omdat anders te grote problemen bij de bevalling ontstaan. Daardoor hebben baby's weer meer en langer zorg nodig. Enzovoort.

En daar hebben we precies het zichzelf versterkende proces, waardoor de evolutie op hol slaat. Wat ik nu in een paar zinnen omschrijf, wordt door de auteurs in een wiskundig model uitgewerkt.

Ik vind het fraai. Het verklaart dat die grote intelligentie in de evolutie pas ontstond nadat zoogdieren op het toneel waren verschenen, wat nog maar recent het geval is. Je hebt levendgeborenen nodig, die meer of minder zorg nodig hebben. En omdat dat nog maar zo kort is en omdat wij nog korter geleden het toneel opkwamen, moet er dus wel een zichzelf versterkend proces zijn geweest.

De vraag die de auteurs niet beantwoorden is welke aanvangsvoorwaarden precies dit proces in gang hebben gezet. Maar lees daarover eens: Statushiërarchie en gemeenschap: de innerlijk tegenstrijdige ("flexibele") sociale menselijke natuur. En de evolutionaire achtergrond daarvan.

donderdag 10 november 2011

Hebben wij grote hersenen doordat wij vroeger samenwerkten bij de zorg voor kinderen?

Wij, mensen, hebben hersenen die drie keer zo groot zijn als die van de chimpansees. Zulke grote hersenen vereisen heel veel energie, om ze vanaf de conceptie op te bouwen en om ze te "gebruiken". Wat is er in de menselijke evolutionaire geschiedenis gebeurd dat deze grote hersenomvang mogelijk maakte? Dit pas verschenen artikel van o.a. de Nederlandse onderzoeker Carel P. van Schaik werpt daar meer licht op.

Tot nu toe dachten onderzoekers dat de grotere energievereiste van onze grotere hersenen werd gecompenseerd doordat wij minder energie hoeven te besteden aan onze spijsvertering. Doordat we in het verre verleden meer vlees zijn gaan eten en voedsel zijn gaan koken, zou ons spijsverteringskanaal korter zijn geworden en minder energie behoeven. Maar het blijkt nu dat als je een groot aantal soorten bestudeert, die verwachte negatieve samenhang tussen hersenomvang en lengte van het spijsverteringskanaal niet bestaat. Ook is die samenhang er niet met andere energievereisende organen, zoals hart, longen en maag. Deze gedachte, de expensive tissue - hypothese, lijkt dus niet te kloppen.

De auteurs trekken daaruit de conclusie dat onze vroege voorouders in staat moeten zijn geweest om hun netto energie inname te vergroten. Want die energie die die grotere hersenen nodig hebben, moet ergens vandaan komen. Ze denken dat dat op drie manieren gebeurd kan zijn.

Ten eerste door een dieetverschuiving naar meer vlees, beenmerg en gekookt voedsel, wat de efficiëntie van de energie-inname vergroot.

Ten tweede door minder energie te hoeven besteden aan het zich verplaatsen (doordat we rechtop gingen lopen) en aan een langzamere ontwikkeling naar volwassenheid.

En ten derde doordat wij, ik bedoel onze vroege voorouders, voedsel gingen delen en samen voor de kinderen gingen zorgen. Door voedsel te delen en door coöperatief de kinderen groot te brengen, kun je de beschikbare energiebronnen efficiënter gebruiken.

Die laatste manier wijst nog eens op het grote belang van dat coöperatieve grootbrengen (cooperative breeding) van kinderen voor de menselijke evolutie en voor de menselijke sociale natuur. Wij zijn geworden wat wij zijn doordat onze moeders in het verre verleden er op konden vertrouwen dat ze "er niet alleen voor stonden". Iedereen in de vertrouwde sociale omgeving hielp mee, oudere kinderen, grootouders, verdere familie en gewoon anderen waarmee je het leven deelde. Onze vroegere moeders hoefden niet zoals een chimpansee-moeder tot in lengte van jaren hun kind nauwgezet bij zich te dragen of onophoudelijk toezicht te houden, omdat ze die zorg met anderen konden delen. "Samen voor de kinderen" is een essentiële eigenschap van het menselijk samenleven.

Maar het mooie ervan is dat hier waarschijnlijk een zich zelf versterkend effect is opgetreden, een zogenaamde positieve feedback. Want het leven in een groep van een zo grote onderlinge samenwerking maakt niet alleen die grotere hersenomvang mogelijk, het verschaft ook de voorwaarden voor een selectie op een grotere hersenomvang. Dat samenleven vraagt een grote sociale intelligentie en het blijkt dat vooral die hersendelen die met sociale intelligentie samenhangen in de loop van de evolutie zijn gegroeid (zie bijvoorbeeld dit artikel).

Van hier naar de hedendaagse jeugdzorg en de mythe van de opvoedbaarheid is een grote stap. Maar hij moet gezet worden. Want dat idee in die beleidsbrief van die twee staatssecretarissen (Van Veldhuijzen-Van Zanten en Teeven) dat die kleine en vergaand sociaal geïsoleerde gezinnetjes in onze maatschappij uitgerekend de beste sociale omgeving zijn om kinderen groot te brengen, dat gaat rechtstreeks in tegen wat we weten over de menselijke evolutie, over de menselijke sociale geaardheid en over wat daaruit volgt voor wat kinderen nodig hebben om verantwoordelijke volwassenen te worden.