Posts tonen met het label Jan-Werner Müller. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jan-Werner Müller. Alle posts tonen

donderdag 27 oktober 2016

Is populisme de uitingsvorm van narcisme in het publieke domein? - Jan-Werner Müller over populisten (en technocraten!)

Narcisme is een persoonlijkheidseigenschap die altijd wel in zekere mate in de populatie aanwezig is. Maar de kans dat die eigenschap tot uiting komt in gedrag, lijkt er van afhankelijk of een en ander zich afspeelt in het domein van de persoonlijke relaties dan wel in het publieke domein.

Verkerend in de sfeer van persoonlijke relaties kan het gedrag van narcisten vaak door anderen in toom worden gehouden. Als ze schade aanrichten, dan is dat als de relaties wisselend zijn. Door hun oppervlakkige charme weten ze gemakkelijk aandacht te trekken en relaties aan te gaan, maar na verloop van tijd krijgen anderen door wat voor vlees ze in de kuip hebben. Zo kunnen narcisten soms een spoor van slachtoffers achter zich laten.

Daartegenover is het publieke domein, dat van de onpersoonlijke relaties die zich vooral via de omweg van de media voltrekken, veel meer bij uitstek het werkterrein van de narcist. De narcist kan daar een nationale bekendheid worden, een celebrity, en zelfs aan de top belanden van statushiërarchieën in bedrijfsleven en politiek. Niet alleen door die eigenschap van oppervlakkige charme, maar vooral ook doordat hij anderen naast zich of boven zich zo slecht kan verdragen dat de motivatie om aan de top te komen grenzeloos is.

Dat de narcist bovenal dat publieke domein nodig heeft, verklaart precies dat het fenomeen van de narcistische leider de mensheidsgeschiedenis is binnengekomen met het ontstaan van de landbouwsamenlevingen en van de statushiërarchieën (keizerrijken, vorstendommen) die daarmee ruim baan kregen. Zie Waarom een staatsgod? Over statushiërarchie en narcisme.

Vandaag de dag hebben we te maken met een publiek domein dat sterk beheerst wordt door informatiestromen via de massamedia en de sociale media. En het lijkt alsof narcisten daardoor extra worden geprikkeld om in dat domein actief te worden. Ze leven er hun grandioze zelfbeeld uit en hun behoefte aan bewondering en bevestiging van dat zelfbeeld. Onderdeel van dat gedrag is de zucht tot belediging en vernedering van iedereen die hen daarbij in de weg staat.

Goed, zie voor meer daarover de berichten op dit blog over narcisme, zoals Foute leiders vergeleken. Over narcisten aan en op weg naar de macht. En over Geert Wilders, PVV-stemmers willen overheersen - Over Sociale Dominantie, collectief narcisme en rechts-extremisme en Donald Trump en andere narcisten in de politiek - en over waarom ze hun exposure moeten controleren.

Je komt natuurlijk gemakkelijk op de gedachte dat die grote rol van narcisten in de politiek zich slecht verdraagt met de democratie. Jan-Werner Müller, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit van Princeton en auteur van  What is Populism?, laat zich daarover uit in het interview dat Der Spiegel deze week met hem heeft ("Wer gehört zu uns?").
Jan-Werner Müller kwam op dit blog al in 2012 voorbij (zie Wat de populisten werkelijk gemeen hebben. Mooie analyse van Jan Werner Müller.)
Dat interview gaat over populisme, maar het wordt meteen duidelijk dat populisme en narcisme nauw verwant zijn. Müller:
Populisten sind in der Tendenz gefährlich für die Demokratie. Nicht notwendigerweise wegen ihrer Positionen: Über die richtige Flüchtlingspolitik kann man streiten. Populisten aber erheben den Anspruch, als einzige das wahre Volk zu vertreten. Mittwettbewerber um die Macht und alle Bürger, welche die Populisten nicht unterstützen, werden verteufelt. Das macht sie für Demokraten unwählbar.
Over de AfD (Alternative für Deutschland):
Jetzt aber behaupten führende Afd-Politiker, die übrigen Parteien bestünden aus Volksverrätern und Deutschland sei eine Kanzlerin-Diktatur. Diese totale moralische Disqualifizierung der politischen Gegners und der Anspruch das wahre deutsche Volk zu vertreten, machen die Afd populistisch und bedenklich.
En over Donald Trump:
Er sieht sich als Vertreter des echten amerikanischen Volkes. Das einzige, was zählt, (...), sei die Vereinigung des Volkes; um alle, die für ihn nicht dazugehören, braucht man sich nicht zu kümmern. Ausserdem ist es typisch für Populisten, das sie wie Trump nicht zugeben, dass sie verlieren können - stattdessen versuchen sie, das ganze politische System zu diskreditieren, indem sie ihren Anhängern suggerieren, Wahlen würden manipuliert.
En verderop in het interview wijst hij op de interessante overeenkomst tussen de technocratische en de populistische politicus:
Der Technokrat behauptet, es gibt nur eine vernunftige Lösung. Der Populist sagt, es gibt nur einen wahren Volkswillen. Beide sind Antipluralisten, für die ein demokratischer Austausch von Argumenten gar nicht stattfinden muss. Technokratie en Populismus bestärken sich gegenseitig - und zwischen beiden wird der Parlementarismus aufgerieben.
Kortom, lees dat interview! Je moet er wel even de papieren Der Spiegel voor kopen.

zondag 22 april 2012

Wat de populisten werkelijk gemeen hebben. Mooie analyse van Jan-Werner Müller

Jan-Werner Müller geeft een mooie analyse van de huidige populisten in Europa en Amerika. Zie de link onderaan dit bericht. Een lang, door mij vertaald, citaat:
Wat de populisten werkelijk gemeen hebben is de voorstelling van een moreel zuiver volkslichaam, waar vreemden van uit twee kanten schade aan toebrengen: aan de ene kant de corrupte of tenminste wereldvreemde ("abgehobenen") elites, aan de andere kant de letterlijk vreemden, dus de etnische of religieuze minderheden en in het bijzonder de migranten. Beide zouden weigeren loyaal te zijn aan de natie: De elites zijn deel van een kosmopolitische jetset, en de minderheden dragen altijd iets anders als het volk, bijvoorbeeld de islam, in hun hart. In Hongarije worden ze met de uitdrukking "fremdherzig" gestigmatiseerd. (...)
Populisten gaan altijd tot de dubbelslag over, tegen de links-liberale elites en illegale immigranten (een merkteken van Berlusconi's retoriek), tegen post-communistische elites en Roma, zoals de Jobbik in Hongarije, de Ataka in Bulgarije en de Groot-Roemenen in Boekarest. In de V.S. vormt de vermeende onheilige alliantie van de elite-Democraten van beide kusten en de zwarte onderklasse het vijandbeeld. In de Harvard-alumnus Barack Obama heeft zich deze alliantie zelfs gepersonifieerd - terwijl niemand kan bestrijden dat hij in 2008 de meeste stemmen kreeg, worden er onophoudelijk verdachtmakingen tegen hem in gebracht. Het heet dat hij toch Moslim is en de beweging van de "Birthers" is er van overtuigd dat Obama niet in de V.S. is geboren en daarom volgens Artikel 2 van de Amerikaanse grondwet ook geen president mag zijn.
Populisten worden niet alleen door politieke paranoia vervolgd - maar zonder het scenario van de bedreiging en het gevoel slachtoffer te worden van diegenen die er eigenlijk niet bij horen, bestaat er geen populisme. Voor zijn aanhangers is populisme bovenal een vraag van de identiteit. Ook zonder eurocrisis zou Marine Le Pen beweren dat de tegenstelling van natie en Europa de belangrijkste politieke strijd is van het ogenblik. En als Le Pen of Wilders waarden als vrijheid en emancipatie hoog houden, dan worden deze niet als liberaal-universalistisch begrepen, maar als deel van een nationaal zelfbeeld, waarin de vreemden - bovenal de moslims - niet mee kunnen delen. (...)
Het is juist dat populisten eenvoudige oplossingen voor ingewikkelde problemen aan te bieden hebben - maar hun succesvolste vereenvoudiging bestaat in de gedachte dat helder te bepalen is wat "het volk" is en hoe het vertegenwoordigd moet worden. Eigenlijk valt er bij de populisten niets te beraadslagen of te onderhandelen - tegen de authentieke volkswil valt niets in te brengen. Daarom is populisme niet slechts anti-liberaal, maar apolitiek. Burgers, zo benadrukte Hannah Ahrendt, zijn politiek gelijken, maar in hun ideeën verschillend; daarom moeten ze over het algemeen belang vreedzaam redetwisten, voor ze gemeenschappelijk kunnen handelen - als er echter over dat alles eigenlijk niet meer gepraat hoeft te worden, dan is het met de politiek afgelopen.
Dat populistische beroep op "het zuivere volkslichaam", de "authentieke volkswil" en bij ons op "Henk en Ingrid", dat verklaart die opvallende, gemeenschappelijke trek van al die populisten: hun verbale agressie, hun zucht tot beledigen. Tegenstanders zijn geen gelijkwaardige discussiepartners en dat moet voortdurend door beledigingen benadrukt worden.

De volgende stap is de fysieke intimidatie en het geweld. Het blijft van het grootste belang om die stap te voorkomen.
Populismus: Wir! Sind! Das! Volk! | Politik | ZEIT ONLINE:

'via Blog this'