Posts tonen met het label sociale onveiligheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sociale onveiligheid. Alle posts tonen

woensdag 9 juli 2025

Een tijdperk van collectieve morele verwonding

Als het ieder-voor-zich van het statuscompetitiepatroon terrein wint ten koste van het iedereen-telt-mee van het gemeenschapspatroon, dan beleven we een tijdperk van morele trauma's. Bij iedereen bij wie het gemeenschapspatroon geactiveerd is, heerst de verwachting van een sociaal veilige wereld, dat wil zeggen een wereld waarin mensen overwegend handelen volgens dat gemeenschapspatroon en elkaar daarmee sociale veiligheid verschaffen. Een verwachting die als vanzelfsprekend, nagenoeg onbewust, beïnvloedt hoe je naar de wereld en naar andere mensen kijkt. Je gaat er van uit, zonder daar veel bij stil te staan, dat anderen het goed met jou en met elkaar voor hebben. Anders gezegd, je verkeert in een toestand van voorbereid zijn.

Het kan zijn dat die verwachting nog steeds uitkomt als het gaat over jouw Kleine Wereld, die van je familie, vrienden, buren, van jouw persoonlijke sociale netwerk. De kleine wereld waarin je je veilig voelt en waarin je eraan bijdraagt dat anderen zich veilig voelen. 

Maar je volgt ook, of komt in aanraking met, wat er in de Grote Wereld gebeurt, die van het nationale en internationale publieke domein. De wereld waarin de omstandigheden konden ontstaan waarin foute leiders aan de macht konden komen. Waarin overheden de gevoelens van bestaansonzekerheid onder grote delen van de bevolking lieten toenemen, waarmee ze foute leiders de kans gaven om zich te presenteren als redders in nood. Rechts-extremistische foute leiders die gevoelens van sociale onveiligheid, en het beeld van een onveilige, ieder-voor-zich-wereld, aanwakkeren, waarin vijanden bestaan die moeten worden bestreden, geweerd, opgepakt en gedeporteerd of zelfs geëlimineerd dienen te worden. Een wereld van ieder-voor-zich, waarin je je alleen nog veilig kunt voelen door je neer te leggen bij de almacht en de onfeilbaarheid van de foute leider. Waarmee de foute leider zijn narcistisch streven naar alleenheerschappij heeft bereikt en ongehinderd kan doen wat hem invalt.

In de manier waarop wij tegenwoordig leven, kun je je aan wat er gebeurt in die Grote Wereld maar moeilijk onttrekken. Wat doet het met ons als die manifestaties van het ieder-voor-zich van die Grote Wereld in aantal toenemen en steeds meer bij ons binnenkomen? (De hierna volgende opsomming van die manifestaties is het resultaat van wat mij nu te binnen schiet en is dus niet volledig.)

Als we hebben meegemaakt dat politici de sociale zekerheden van de verzorgingsstaat versoberden, omdat wij geacht werden alleen bij grotere "prikkels" bereid te zijn om ons voldoende in te spannen. Dat het recht op bijstand afhankelijk werd gemaakt van het leveren van een "tegenprestatie". Dat het sociaal minimum achterbleef bij de loonontwikkeling. Dat de Belastingdienst bij loonbeslag in geval van schulden geen rekening hield met het absolute bestaansminimum.

Als we hebben meegemaakt dat de overheid de inkomens- en vermogensongelijkheid uit de hand liet lopen, waardoor de statuscompetitie en de machtsconcentratie werden aangewakkerd.

Als we hebben meegemaakt dat de financiële markten werden gedereguleerd, waardoor de grote Financiële Crisis van 2008-2010 kon uitbreken. Waarop diezelfde overheid misplaatst reageerde met een bezuinigingsbeleid dat de bestaansonzekerheid nog meer vergrootte en het collectieve voorzieningenniveau, waarvan vooral de kwetsbaren afhankelijk zijn, verminderde.

Als we hebben meegemaakt dat de overheid de arbeidsmarkt vergaand dereguleerde, waardoor het fenomeen van de werkende armen zich kon ontwikkelen.

Als we hebben meegemaakt dat de overheid in de jacht op fraude met toeslagen duizenden onschuldige burgers in grote financiële onzekerheid bracht, met vaak levensontwrichtende gevolgen. En met als gevolg een sterke afname van het vertrouwen in de overheid. 

Als we hebben meegemaakt dat de overheid de zorg voor de volkshuisvesting aan de markt en dus de buitenlandse investeerders delegeerde, waardoor de woningbouw stagneerde, de huizenprijzen werden opgedreven en starters geen woning kunnen vinden.

Als we meemaken dat de overheid tekortschiet in beleid ten behoeve van het tegengaan van klimaatverandering, met grote huidige en toekomstige negatieve gevolgen en onzekerheid over onze toekomst.

Als we meemaken dat de overheid tekortschiet in het oplossen van de stikstofproblematiek, met ernstige gevolgen voor de biodiversiteit, de natuur en de gezondheid. 

Als we meemaken dat in ons land, in navolging van andere Europese landen, in de "asielnoodmaatregelenwet" het verlenen van hulp aan zogenaamde illegalen strafbaar wordt gesteld. Dat gemeenschapsgedrag wordt gecriminaliseerd.

Als we meemaken dat internationaal de uitgaven ten behoeve van ontwikkelingssamenwerking, gemeenschapsgedrag op wereldniveau, zijn teruggebracht. 

Als we meemaken dat een land, Rusland, een andere soevereine staat, Oekraïne, met militair geweld binnenvalt, dagelijks burgerdoelen aanvalt en dat tegen zijn leider, Poetin,door het Internationaal Strafhof een arrestatiebevel is uitgevaardigd omdat hij verdacht wordt van het plegen van oorlogsmisdaden.

Als we meemaken dat een land, Israël, dagelijks Gaza bombardeert en Palestijnen uithongert en dat tegen zijn leider, Netanyahu, door het Internationaal Strafhof een arrestatiebevel is uitgevaardigd omdat hij verdacht wordt van het plegen van oorlogsmisdaden.

Als we meemaken dat in de Verenigde Staten een foute leider, Donald Trump, aan de macht is die bezig is de rechtszekerheid, de democratie en de bestaanszekerheid voor zijn burgers af te schaffen. Die een instrument is in de handen van de miljardairs die hun rijkdom en hun macht zeker willen stellen. En die de Amerikaanse hulpverlening aan arme landen heeft stopgezet. Die alle maatregelen tegen klimaatverandering heeft beëindigd en integendeel de steun aan fossiele bedrijven heeft vergroot. Die een militaire politiemacht optuigt die gemaskerd jaagt op mensen die ervan verdacht worden "illegaal" te zijn en die zonder vorm van proces in concentratiekampen worden opgesloten en het land uit worden gezet. En als we meemaken dat de hoogste rechters van het land dit alles laten passeren, omdat ze een extreme, ondemocratische opvatting aanhangen over de bevoegdheden en handelingsvrijheid van de gekozen president.

Dit alles, en wat in deze lijst mogelijk nog ontbreekt, heeft een toestand doen ontstaan waarin we aanhoudend geconfronteerd worden met manifestaties van het ieder-voor-zich van het statuscompetitiepatroon. Met aanwijzingen voor een grote mate van sociale onveiligheid in de Grote Wereld, waar we ons niet of moeilijk aan kunnen onttrekken. Ons wereldbeeld van het iedereen-telt-mee van het morele gemeenschapspatroon wordt erdoor bedreigd.

Wat doet dat met ons? En met "ons" doel ik op iedereen die (nog) met de blik van het morele gemeenschapspatroon naar die Grote Wereld kijkt. Hoe beleven we die schendingen van onze verwachtingen dat die Grote Wereld sociaal veilig is? En welke woorden zijn geschikt om die beleving te omschrijven?

Dat vroeg David Rothkopf zich ook af, maar dan in het bijzonder over hoe hij de schendingen van het gemeenschapspatroon door de regering-Trump beleeft ("A Deep Soul Wound"). Hij komt terecht bij de term "morele verwonding" (moral injury). Die term is afkomstig uit de literatuur over de oorlogservaringen van veteranen die getuige waren van "acts that they knew were wrong, violations of military or international law or foundational ethical or moral beliefs" of daar zelf als dader bij betrokken waren. Een andere omschrijving die hij vond, is “a deep soul wound that pierces a person’s identity, sense of morality, and relationship to society.” 

En er zit wat in dat wat wij meemaken overeenkomt met een traumatische ervaring. Traumatisch, omdat ons diep gevoelde gemeenschapswereldbeeld, dat er naast de veiligheid van onze eigen Kleine Wereld ook de veiligheid bestaat van die Grote Wereld, er door onderuitgehaald wordt. En dat is geen kleinigheid. Want het verwondt inderdaad onze identiteit, onze morele gevoelens en onze verhouding tot de samenleving. 

Nieuwsgierig gemaakt zocht ik nog even op "morele verwonding" en kwam ik terecht op het Moral Injury Project van de Radboud Universiteit, de Nederlandse Defensie Academie, de Politieacademie, het Nederlands Veteraneninstituut en het ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum. Morele verwonding wordt daar omschreven als

de psychische, spirituele en sociale problematiek die mensen kunnen ontwikkelen wanneer hun morele verwachtingen en overtuigingen geweld wordt aangedaan door eigen of andermans handelen. Die problematiek kan enerzijds gevoelens van schuld en schaamte inhouden, en anderzijds gevoelens van boosheid en verraad. Ook morele desoriëntatie en fundamentele zingevingsproblemen kunnen spelen. 

En in dit plaatje wordt het moreel verwond zijn gerelateerd aan de posttraumatische stressstoornis:

Merk op dat in beide gevallen de aanleiding eruit bestaat dat het gevoel van veiligheid geweld wordt aangedaan, want een onrechtvaardige wereld is een onveilige wereld. En omdat het hier gaat over het getuige zijn van de onveiligheid van de Grote Wereld, zou de centrale emotie die zijn van het gevoel van verraden te zijn. We gaan ervan uit dat de wereld veilig is en dragen daar door ons eigen gedrag aan bij. Veronderstellende dat anderen dat ook doen en zullen doen. Als we onder ogen moeten zien dat dat laatste niet meer geldt, dan kan dat inderdaad zo ingrijpend voelen als verraad.

We kunnen ons verraden voelen of moreel verwond raken in onze eigen Kleine Wereld van de persoonlijke relaties. Zo een individuele traumatische ervaring, in de vroege jeugd of de adolescentie, kennen we als een "fundamentele bedreiging van iemands fysieke en psychologische veiligheid", die gemeenschappelijk is aan de ontwikkeling van de meeste psychische aandoeningen. Aandoeningen waarvoor therapieën bestaan, die ons kunnen helpen. 

Maar wat we nu meemaken in de Grote Wereld is een collectief trauma, een collectieve morele verwonding. Hoe reageren we daarop? Kiezen we voor de vluchtreactie, door ons zoveel als mogelijk terug te trekken in onze Kleine Wereld en op te houden met het nieuws te volgen? Laten we ons door het gevoel van onveiligheid, door angst, overmannen, overeenkomend met de immobilisatiereactie? Of kiezen we voor de vechtreactie en sluiten we ons aan bij collectieve pogingen om het kwaad te bestrijden, via de weg van de politiek? En door samen met anderen onze stem te laten horen, door te demonstreren en door actie te voeren?

vrijdag 28 maart 2025

Als je sociale onveiligheidsgevoelens laat toenemen, dan is activering van het statuscompetitiepatroon het gevolg - meer aanwijzingen

Zoals gezegd, in een democratie kan een foute leider alleen maar aan de macht komen als er genoeg kiesgerechtigden zijn die hem als de redder in nood zien. Die dus in nood moeten verkeren, anders gezegd, die zich bedreigd en onveilig voelen. Het ideale werkterrein van de foute leider is daarom altijd een maatschappelijke toestand van grote onzekerheid, van toegenomen bestaansonzekerheid. 

Die toestand kan door zittende regeringen zijn bevorderd als bij hen het (onjuiste) neoliberale idee heeft postgevat dat het voor de economie beter is als mensen minder zekerheid ervaren. Ze kunnen dan immers gemakkelijker worden geprikkeld om zich meer in te spannen. Regeringen voeren dan een beleid dat de zekerheden van de verzorgingsstaat, de sociale zekerheid, de regulering van de arbeidsomstandigheden, de consumentenbescherming, het door belastingpolitiek beperken van de inkomens- en vermogensongelijkheid, zo veel mogelijk terugdringt. Mensen zijn dan wel gedwongen om meer voor zichzelf op te komen en zich in te spannen, want de risico's zijn groter. Niet alleen valt er voor de winnaars meer binnen te halen, ook kunnen de verliezers lager eindigen. Er komen zowel meer miljardairs, en dus machtigen, als armen en daklozen, en dus machtelozen.

We hebben nu zo'n 40, 50 jaren achter de rug waarin zich dit proces heeft afgespeeld. De verschuiving van het iedereen-telt-mee van de democratische verzorgingsstaat naar het ieder-voor-zich van de door de opkomst van foute leiders bedreigde democratie. 

Vanuit het sociaalwetenschappelijk zicht van dit blog bekeken gaat het dus om een ontwikkeling waarin sociale onveiligheidsgevoelens onder de bevolking zijn toegenomen, waardoor bij meer mensen het statuscompetitiepatroon zal zijn geactiveerd.

Ik probeer zo goed mogelijk het onderzoek bij te houden dat van belang is voor dat sociaalwetenschappelijke zicht, waarvan de kern zoals bekend bestaat uit de de Dual Mode-theorie. Zo is er nu de pas verschenen studie Value Foundations of Conspiracy Thinking: New Evidence From European Democracies. 

In die studie gebruikt Victoria A. Haerter van de Universiteit van Bern data van de European Social Survey (ESS) om o.a. na te gaan of mensen die meer waarde hechten aan samenzweringstheorieën ook meer "zelfverheffingswaarden" aanhangen en juist minder "zelfoverstijgingswaarden". Dat is interessant, want dat waarde hechten aan samenzweringstheorieën zegt iets over hoe sociaal onveilig mensen zich voelen. En het aanhangen van die zelfverheffingswaarden, dus het jezelf verheven voelen boven anderen, zegt iets over het geactiveerd zijn van het statuscompetitiepatroon. Net zoals het aanhangen van die zelfoverstijgingswaarden informatief is voor het geactiveerd zijn van het gemeenschapspatroon.

Eerst maar even over die samenzweringstheorieën. De neiging om in samenzweringen of complotten te geloven werd vastgesteld met behulp van deze drie uitspraken waarvan mensen moesten aangeven in hoeverre ze het er mee eens of oneens waren:

A small secret group of people is responsible for making all major decisions in world politics.

Groups of scientists manipulate, fabricate, or suppress evidence in order to deceive the public.

Coronavirus is the result of deliberate and concealed efforts of some government or organization.

Van de drie antwoorden werd het gemiddelde genomen. Het is niet moeilijk om in dat geloof in samenzweringstheorieën een maat te zien voor de sociale onveiligheidsgevoelens die iemand ervaart. Als je overal samenzweringen ziet, dan voel je je bedreigd en dat gaat ten koste van je gevoel van veiligheid.

Die zelfverheffingswaarden en zelfoverstijgingswaarden  zijn onderdeel van de Schwartz Basic Human Value Survey, die standaard in de ESS wordt meegenomen. Zie ook de berichten Alleen in landen met minder sociale zekerheid maakte de Crisis jongeren competitiever en minder universalistisch en Waardenoverdracht ouders-kinderen is vooral genetisch - meer over de mythe van de opvoedbaarheid voor meer daarover. 

Bij die zelfverheffingswaarden gaat het om het willen presteren (succesvol zijn, aan anderen laten zien wat je waard bent) en om het willen uitoefenen van macht (status en prestige, controle hebben, heersen over mensen). We herkennen daarin het geactiveerd zijn van het ieder-voor-zich van het statuscompetitiepatroon.

En bij die zelfoverstijgingswaarden gaat het om goedwillendheid (zorg hebben voor de anderen uit je omgeving) en universalisme (zorg hebben voor iedereen en voor het milieu). Daarin herkennen we het iedereen-telt-mee van het gemeenschapspatroon.

Met dat sociaalwetenschappelijke zicht verwachten we dat het aanhangen van zelfverheffingswaarden, dus het geactiveerd zijn van het statuscompetitiepatroon, samengaat met het geloof in samenzweringstheorieën, dus met het ervaren van sociale onveiligheid. En dat blijkt het geval te zijn voor tien van de 20 landen (Nederland, Zwitserland, Finland, Slowakije, Tsjechië, Estland, Litouwen, Ierland, Hongarije en Griekenland). In de overige landen was er geen verband of was het niet statistisch significant.

En we verwachten dat het aanhangen van zelfoverstijgingswaarden, dus het geactiveerd zijn van het gemeenschapspatroon, juist samengaat met het niet geloven in samenzweringstheorieën. Als je vindt dat iedereen hoort mee te tellen, dan zie je de wereld eerder als sociaal veilig. En dat blijkt zelfs op te gaan voor alle landen, met uitzondering van Slovenië, waar statistische significantie niet wordt gehaald.

De uitkomsten bevestigen dus de gedachte dat het wel of niet ervaren van sociale veiligheid sturend is voor het geactiveerd zijn van het gemeenschapspatroon dan wel het statuscompetitiepatroon. 

En wat politici de afgelopen veertig jaar gedaan hebben, is het voeren van een beleid waardoor mensen zich minder sociaal veilig zijn gaan voelen. Waardoor over het geheel genomen meer het statuscompetitiepatroon is geactiveerd. En waardoor er het ideale werkterrein van rechts-extremistische politieke partijen en van foute leiders tot stand is gebracht. 

De sociaal inferieure toestand die we sociaalwetenschappelijk gezien juist met alle macht hadden moeten zien te vermijden.

dinsdag 29 augustus 2023

Het sociaalwetenschappelijk onderzoek wijst steeds meer in een en dezelfde richting: neem de menselijke behoefte aan veiligheid serieus

We maken een tijd mee waarin samenzweringstheorieën veel aanhang lijken te hebben. Dat is verontrustend, al was doordat het geloof in samenzweringen samen gaat met het afwijzen van democratie.

In de nieuwe studie The Conspiratorial Mind: A Meta-Analytic Review of Motivational and Personological Correlates verrichtten de auteurs een meta-analyse op al het bestaande onderzoek naar de motieven en persoonlijkheidseigenschappen van aanhangers van zulke theorieën. Wat leren we daarvan over een mogelijke verklaring voor die toename?

Daarvoor moeten we kijken naar die motieven, aannemende dat persoonlijkheidseigenschappen te stabiel zijn om een toename te kunnen verklaren.

Het blijkt dat drie motieven in die aanhang voor samenzweringstheorieën een rol spelen, geheel in lijn met wat in 2017 al werd gevonden in de studie The Psychology of Conspiracy Theories:

  • Het motief om de wereld snel en intuïtief te begrijpen en om aan die intuïties vast te houden, samengaand met een gesloten wereldbeeld en afkeer van ambiguïteit.
  • Het motief om zich tegenover existentiële onzekerheid veilig te voelen en controle te hebben. Bedreiging van bestaanszekerheid wakkert het beeld aan van een onveilige wereld, waarin vijanden samenspannen en dus bestreden dienen te worden.
  • Het motief om zichzelf en de eigen groep superieur te voelen, verheven boven anderen, die dus een bedreiging vormen voor die superioriteitsgevoelens en niet vertrouwd kunnen worden. Ook hier het beeld van een onveilige wereld, waarin de eigen positie verdedigd dient te worden.

Het tweede en derde motief wijzen duidelijk in de richting van een verklaring voor de toename van de aanhang voor samenzweringstheorieën, een verklaring die te maken heeft met de daadwerkelijke toename van bestaansonzekerheid in de afgelopen decennia, waarin regeringen een neoliberaal beleid voerden. Zie de powerpoint in Heeft de, politiek gemotiveerde, toename van bestaansonzekerheid de tegenstellingen aangewakkerd?voor de aanwijzingen voor die toename van bestaansonzekerheid. 

Als je wereld onveiliger wordt, dan zijn er kennelijk vijanden die het slecht met jou voor hebben. Als we die nu maar bestrijden, onderdrukken of liever nog elimineren, dan zijn daarmee onze problemen opgelost. 

Het sociaalwetenschappelijk onderzoek wijst steeds meer in een en dezelfde richting. Mensen zoeken, zoals alle organismen, naar veiligheid. Als die er is, dan overheerst het gemeenschapspatroon: anderen hebben het goed met jou voor en jij met die anderen. Als die veiligheid er niet is, dan moeten er vijanden zijn en die moeten worden aangepakt. Dan overheerst het statuscompetitiepatroon.

De les daaruit valt gemakkelijk te trekken: neem de menselijke behoefte aan veiligheid serieus. In het persoonlijk leven, in de omgang met anderen en in het politiek-maatschappelijk leven.

woensdag 9 augustus 2023

Aanhangers van samenzweringstheorieën wijzen de democratie af - En over waardoor dat zo is en over de tragiek ervan

De pas verschenen studie Is democracy under threat? Why belief in conspiracy theories predicts autocratic attitudes laat zien dat het aanhangen van samenzweringstheorieën samen gaat met het afwijzen van democratie. (Een van de onderzoekers is Jan Willem van Prooijen van de VU Amsterdam, die we eerder tegenkwamen in het bericht Zowel de arme sloebers die echt slachtoffer zijn van bestaansonzekerheid als de narcisten die het aan niets ontbreekt, zijn vatbaar voor samenzweringstheorieën.)

Het aanhangen van samenzweringstheorieën werd in twee deelstudies vastgesteld door mensen te vragen naar hun instemming met of verwerping van uitspraken als "Ik denk dat er geheime organisaties zijn die een sterke invloed hebben op politieke besluiten" en "De Amerikaanse regering was betrokken bij de 9/11 aanval". In een derde deelstudie werd mensen gevraagd om zich oftewel in te leven als burger van een land met corrupte politici oftewel in een land met integere politici. 

Het bleek toen dat het aanhangen van samenzweringstheorieën of het zich inleven als burger van een land met corrupte politici samenging met het afwijzen van democratie. Dat laatste wil zeggen het instemmen met uitspraken als "We zouden het parlement kunnen afschaffen, want het is volledig nutteloos" en "Ik zou liever een stelsel hebben waarin een machtige leider onbeperkte en ongecontroleerde bevoegdheid heeft om anderen te overheersen".

Alles doet vermoeden dat we hier aan het werk zien hoe het beeld van een onveilige wereld het statuscompetitiepatroon uitlokt. Ik leef in een land waarin de regering/de politici het niet goed met mij voor hebben en niet zijn te vertrouwen. Daarom is het beter om een alleenheerser te hebben die alle macht heeft en waarvan ik verwacht dat hij wel voor mijn belangen opkomt. Zoals we eerder al zagen, roept een als onveilig ervaren wereld het statuscompetitiepatroon op (En het beeld van een veilige wereld daarentegen het gemeenschapspatroon.)

Dat vermoeden wordt erdoor bevestigd dat de onderzoekers ook vonden dat die samenhang tussen het aanhangen van samenzweringstheorieën en het afwijzen van democratie voor een deel tot stand komt via het gevoel van politieke machteloosheid, van de overtuiging dat ik, of de burgers van dit land, geen invloed hebben op wat de politiek beslist. Want dat gevoel van machteloosheid is zonder meer een goede indicator voor het beeld van een onveilige wereld.

Dat onderliggende mechanisme heeft iets tragisch. Want die ervaren sociale onveiligheid creëert dus de vraag naar een sterke man van wie je verwacht dat hij voor jou opkomt, terwijl de geschiedenis, en de menselijke sociale natuur, leren dat sterke mannen altijd in de eerste plaats voor zichzelf zorgen.

dinsdag 16 mei 2023

Er was een land waarin witte mannen zich onveilig voelden

Er was een land waarin witte mannen zich onveilig voelden. Dat kwam doordat de maatschappij diverser werd, waardoor ze zich een minderheid gingen voelen. Ze zagen andere groepen als een gevaar, omdat die verantwoordelijk zouden zijn voor de toename van criminaliteit. Ook zouden die andere groepen de democratie misbruiken doordat ze met hun meerderheid wetten konden laten aannemen die voor hen gunstig uitpakten en waaraan de "hardwerkende" witte mannen met hun belasting aan moesten meebetalen. Ook gingen die andere groepen er economisch op vooruit, althans sommigen ervan. Een van hen schopte het zelfs tot president. Terwijl die witte mannen het economisch moeilijk hadden, althans velen van hen.

In dat land gebeurden toen twee dingen. De allerrijksten, ook vaak witte mannen, kregen ook moeite met de democratie, omdat ze vreesden dat de getalsmatige meerderheid van de armen, althans van de niet-rijken, overwegend leden van die andere groepen, hen met belastingverhogingen hun rijkdom zouden gaan afpakken. Dus gingen ze ertoe over om die zich toch al onveilig voelende witte mannen te mobiliseren. Ze schoven, met grote sommen geld, populistische politici naar voren die het bij die witte mannen goed deden. Politici die erop uit waren om wetten aan te nemen die het de leden van die andere groepen moeilijker maakten om hun stem uit te brengen. En die de kiesdistricten zo probeerden in te delen dat de stemmen van die andere groepen minder meetelden. En omdat die witte mannen zich zo onveilig voelden, gingen die politici allerlei conservatieve maatregelen bepleitten, die zicht boden op een terugkeer naar het veilige, traditionele verleden. Maatregelen zoals het verbieden van abortus, terugdraaien van gelijke rechten voor minderheden, verbieden van medische zorg aan transgenders en verbieden van lesmateriaal in het onderwijs dat kritisch was op de geschiedenis van het land. Ook gebruikten die rijke witte mannen hun geld om de berichtgeving in het land in voor hen gunstige zin te beïnvloeden. Berichtgeving waarin het dus met de waarheid niet zo nauw hoefde te worden genomen.

En daarbovenop maakten die rijke witte mannen en de door hen naar voren geschoven politici, ook meestal wit en rijk, zich sterk voor het zoveel mogelijk terugdringen van de wettelijke regulering van wapenbezit. Ze realiseerden zich dat ze baat hadden bij de onveiligheidsgevoelens van de witte mannen. Dat moest dan ook wel betekenen dat die witte mannen onbeperkt toegang moesten hebben tot wapens. Niet dat die witte mannen zich daardoor veiliger gingen voelen, want hoe meer wapens in het land, hoe groter de onveiligheid. Maar daar ging het ook niet om. Het ging er om hen te mobiliseren en aan zich te binden. Bovendien kon aan die wapenproductie veel verdiend worden. Al die wapens maakten het land inderdaad onveiliger. Er waren om de haverklap schietpartijen, meestal door jonge, witte mannen, die zich zo tekortgedaan voelden dat ze in blinde haat om zich heen gingen schieten, vaak als inleiding tot het beëindigen van hun eigen leven. Al die mass shootings leidden steeds tot pleidooien om het wapenbezit aan banden te leggen, maar die rijke witte mannen waren daar tegen.

Afijn, dit alles slaat natuurlijk op de Verenigde Staten. Het land waarin het je vergissen dodelijk kan zijn. De Washington Post meldde gisteren (Why do Americans want guns? It comes down to one word.) dat er in de afgelopen week vier Amerikanen werden neergeschoten doordat ze zich vergist hadden. Ralph Yari, een zwarte tiener in Kansas City, Mo., werd neergeschoten door een 84-jarige witte man nadat hij bij een verkeerd adres had aangebeld om zijn jongere broertjes/zusjes op te halen. Een 65-jarige man in Upstate, New York, schoot een 20-jarige vrouw neer die per ongeluk de verkeerde oprit opreed. En twee cheerleaders in Texas werden neergeschoten toen ze na een oefening in een verkeerde auto probeerden in te stappen. 

Het is niet een sprookje, maar de bittere werkelijkheid. Die ons een zicht geeft op hoe een maatschappij zich kan bewegen in de richting van het statuscompetitie-evenwicht.

woensdag 8 maart 2023

Over verzet in Rusland tegen Poetin en een oproep om de angst te overwinnen - Een sociaalwetenschappelijk zicht op hoe Nederlanders reageerden op de Duitse Bezetting - 8

De 23-jarige activist en oud-student wiskunde aan de Moskouse Staatsuniversiteit Dimitri Ivanov is tot 8,5 jaar strafkolonie veroordeeld wegens "ondermijning van de autoriteit van het Russische leger". Geert Groot Koerkamp bericht  erover in de Volkskrant. 

Ivanov is een voorbeeld van iemand die tegen een onderdrukkende en intimiderende macht in verzet komt. De heersende macht in Rusland, Poetin en de mensen om hem heen, willen Groot Rusland terug en kunnen daarom een zelfstandig en democratisch Oekraïne niet tolereren. Vandaar de inval, de "speciale militaire operatie". Die minder voorspoedig liep dan gedacht. 

Bovendien hadden de machthebbers in het Kremlin al vanaf het begin door dat die inval bij de Russische bevolking niet alleen maar op instemming kon rekenen. Dus moest kritiek worden onderdrukt en moest er een beeld van massale steun gefabriceerd worden. Daarom werd besloten dat kritiek, ja, zelfs het gebruik van het woord oorlog, streng moest worden bestraft. Bedenk dat Rusland geen onafhankelijke rechtspraak kent.

Ivanov deelde via een mede door hem opgericht Telegramkanaal berichten over het optreden van Russische troepen in Boetsja en over bombardementen op Marioepol. Dat was in strijd met de officiële berichtgeving van het ministerie van Defensie en moest dus worden bestraft.

Opvallend is dat Ivanov in de rechtszaal vanuit de kooi waarin hij verbleef het woord mocht voeren. Waarschijnlijk toegestaan om de schijn van vrijheid min of meer in stand te houden. Geert Groot Koerkamp haalt de volgende citaten aan van wat hij gezegd heeft.

Mijn mening is dat je je niet moet overgeven aan je angst, maar moet doorgaan met de strijd, jezelf blijven. Mijn voorbeeld moet u niet bang maken, integendeel. Waar we ons ook bevinden, we kunnen heel veel doen voor ons land en het moment dichterbij brengen waarop, onvermijdelijk, deze oorlog zal stoppen.

Ze willen iedereen bang maken, in Rusland en daarbuiten. Ik ben niet bang en heb iets te zeggen. U moet begrijpen dat Rusland niet hetzelfde is als Poetin. Wij hebben niet op hem gestemd en hij heeft ons niet gevraagd deze oorlog te beginnen met onze naaste buren. Ik weet dat tientallen miljoenen mensen hier in Rusland tegen deze criminele oorlog zijn.

Veel Russen hebben vrienden en familieleden in Oekraïne, weet hij.

We voelen de pijn. Deze oorlog is een grote tragedie voor alle Oekraïners, maar het is ook een tragedie voor Russen die in vrede willen leven met hun buren en nu lijden onder een dictatuur. We beleven een duister moment in onze geschiedenis. Maar de grootste duisternis gaat vooraf aan de zonsopkomst.

Wat hier gebeurt is iconisch voor het algemene verschijnsel van een angst aanjagende onderdrukker waartegen iemand in verzet is gekomen die oproept om niet aan die angst toe te geven. Een oproep aan tientallen miljoenen anderen die ook verzet zouden willen plegen, maar bij wie met succes angst is aangejaagd. 

Dat wil zeggen dat de onderdrukking hen in de "immobilisatiereactie op ervaren onveiligheid" heeft doen belanden. Over die reactie, het verstijfd zijn door angst en het zich daardoor terugtrekken en zich koest houden, had ik het in de reeks berichten onder de tittel Een sociaalwetenschappelijk zicht op hoe Nederlanders reageerden op de Duitse Bezetting. Hier het laatste bericht van die reeks. 

Ik noemde daarin al de overeenkomst met "de toestand in Rusland, waar de Russen beginnen door te krijgen dat Poetin niet hun belangen nastreeft, maar in de ban is van een ideologische fantasiewereld." In het Nederland van 40-45 was er, en in het Rusland van nu is er, een grote meerderheid die door angst en intimidatie niet in verzet komt en een kleine minderheid die de angst overwint. Als je bedenkt dat er in beide gevallen ook een minderheid was en is die het land ontvluchtte, dan heb je de drie mogelijke reacties op ervaren onveiligheid compleet: vechten (verzet plegen), vluchten en immobilisatie door angst.

De grote vraag is natuurlijk hoe je kunt bereiken dat in zulke gevallen van onderdrukking meer mensen hun angst overwinnen en in verzet komen. Want als er maar genoeg van hen zijn, dan is er uitzicht op succesvol verzet. De andere kant van die vraag is wat angst met mensen doet. In een volgend bericht terug naar hoe Nederlanders reageerden op de Duitse onderdrukkers. Hier het vervolg.

dinsdag 22 november 2022

Een sociaalwetenschappelijk zicht op sociale onveiligheid achter de schermen van een talkshow (2) - Hoe het ontstaan van een angstcultuur te voorkomen

Wat valt er sociaalwetenschappelijk te zeggen over hoe het statuscompetitiepatroon achter de schermen van de populaire talkshow DWDD alle ruimte kreeg? Onder welke voorwaarden valt het statuscompetitiepatroon te verwachten en waren die voorwaarden in dit geval aanwezig? Zie hier het vorige bericht. 

Gedrag volgens het statuscompetitiepatroon valt te verwachten als mensen hun sociale omgeving als onveilig waarnemen. Dat kan het geval zijn als ze omringd worden door anderen die zich volgens dat patroon gedragen. Statuscompetitiegedrag van de een lokt dat van de ander uit. Het is ieder-voor-zich. Denk aan Stelling 2 van de Dual Mode-theorie. Maar het kan ook het geval zijn dat ze signalen waarnemen die zulk gedrag doen verwachten. 

Zulke signalen kunnen het proces van het zich uitbreiden van statuscompetitiegedrag in werking zetten. Als mensen statuscompetitiegedrag verwachten, zullen ze ook zelf voor dat gedrag kiezen. In dit geval zijn er twee van zulke signalen aan te wijzen.

In de eerste plaats het signaal dat televisieprogramma's met elkaar concurreren om de kijkcijfers. Ook bij de publieke omroep is de financiering afhankelijk van de reclame inkomsten en dus van de kijkcijfers. Die concurrentie, de terreur van de kijkcijfers, maakt dat de kwaliteit van programma's gereduceerd wordt tot de kijkcijferscore in vergelijking met andere programma's. Dat lokt dus competitie uit, niet alleen om die kijkcijfers, maar ook om de status die daarmee kan worden verworven. Want dat streven naar status heeft maar weinig nodig om getriggerd te worden. 

Het heeft tot gevolg dat programmamakers minder gemotiveerd worden tot het maken van goede programma's en meer tot het behalen van zo hoog mogelijke kijkcijfers. Wat "goed" is, dat valt natuurlijk te bediscussiëren, maar dat het niet samen valt met de kijkcijferscore, dat is niet een gekke gedachte.

Er valt hier een analogie te trekken met de introductie van de publicatiescores aan universiteiten. Die heeft de intrinsieke, wetenschappelijke motivatie van onderzoekers zeker voor een deel verdrongen en omgebogen naar de jacht op publicaties. En heeft de statuscompetitie aangewakkerd en daardoor "een algemene veronachtzaming van fundamentele wetenschappelijke standaarden en methodologische eisen" bevorderd.

Uiteindelijk zet dus de financiering door middel van reclame inkomsten het proces van statuscompetitie tussen programmamakers in werking. In plaats van de voldoening die het maken van goede programma's kan opleveren, komt de stress van het moeten "presteren" en dus van het mogelijke tekortschieten. De stress van het willen spelen "in de Champions League". de stress die ook zal doorwerken in hoe programmamakers omgaan met hun medewerkers.

We spelen Champions League’, zegt Van Nieuwkerk vaak. Nadat eindredacteur Van der Horst in 2008 is vertrokken, laat hij zich steeds vaker gelden. ‘De maestro’, zoals Van Nieuwkerk wordt genoemd, is extreem perfectionistisch. En dat verwacht hij ook van anderen. Voor middelmaat is geen plaats. Iedere uitzending voelt hij opnieuw dat hij kan falen.

‘Mijn kop ligt op het hakblok’, schreeuwt hij geregeld. Hij is bang voor verslapping. De druk moet maximaal zijn. Altijd. Tot het einde toe. (In de succesvolle tv-machine van DWDD werd menig redacteur vermalen.)

Dat brengt ons op het tweede signaal, dat van de machtsongelijkheid binnen het team dat een programma maakt. Niet alleen was de leider van het team van DWDD iemand die in de competitie om kijkcijfers een hoge status had verworven, hij kon ook zijn medewerkers maken of breken. Want die medewerkers hadden meestal niet een vast contract. En het was lastig om tussentijds op te stappen:

Wat het voor medewerkers met een jaarcontract ook lastig maakt, is dat ze vaak een fors bedrag moeten betalen om tijdens een lopend seizoen weg te ­mogen bij DWDD. Doordat medewerkers (tot 2018) in de zomer drie maanden vrijaf hebben maar wel doorbetaald worden, bouwen sommigen van hen een ‘schuld’ op aan vrije dagen. Een schuld die tijdens een seizoen makkelijk te compenseren is met alle gemaakte overuren, maar die zij bij een tussentijds vertrek moeten terugbetalen – soms tot een bedrag van wel twee maandsalarissen. ‘Veel twintigers zonder vast contract konden zich dat niet veroorloven’, zegt een medewerker. (In de succesvolle tv-machine van DWDD werd menig redacteur vermalen.)

Net zo als inkomensongelijkheid, wakkert machtsongelijkheid het statuscompetitiepatroon aan. De machtigen willen hun macht doen gelden, al was het maar om hun ondergeschikten er voortdurend aan te herinneren hoe de verhoudingen liggen. (Ook de machtige voelt zich onveilig. Denk aan dat hakblok.) En de machtelozen rest, bij gebrek aan alternatieven, niets anders dan zich bij die verhoudingen neer te leggen. Zo lang dat gaat.

Er is dus een sociaalwetenschappelijk zicht op wat je kunt doen om het ontstaan van een angstcultuur in de televisiewereld te voorkomen. Schaf de financiering door reclame inkomsten af en maak daarmee een einde aan de kijkcijferterreur. Want een publieke voorziening, zoals de publieke omroep, moet je met publieke middelen financieren. En zorg door middel van arbeidsovereenkomsten voor machtsnivellering binnen de organisatie. Hier het vervolg.

maandag 21 november 2022

Een sociaalwetenschappelijk zicht op sociale onveiligheid achter de schermen van een talkshow (1) - Hoe het statuscompetitiepatroon zich voltrekt

Wat valt er sociaalwetenschappelijk gezien te zeggen over de berichten over het grensoverschrijdend gedrag en de sociale onveiligheid achter de schermen van de succesvolle talkshow DWDD? Het is alweer een paar jaar geleden dat die talkshow werd beëindigd, maar nu pas komt door uitgebreid onderzoek van drie redacteuren van de Volkskrant aan het licht dat er achter de schermen een angstcultuur heerste, die ertoe leidde dat tientallen medewerkers ziek uitvielen, burn-outs opliepen en mentale problemen kregen. Sommigen van hen hebben nog steeds last van een posttraumatische stressstoornis. Lees Structureel grensoverschrijdend gedrag bij talkshow DWDD: ‘Het gevoel was: de zeis kan altijd onverwacht vallen’ en In de succesvolle tv-machine van DWDD werd menig redacteur vermalen.

Uit alles wat we daar nu over lezen, valt op te maken dat wat zich daar achter de schermen afspeelde geduid kan worden als het in werking zijn van het statuscompetitiepatroon. Er had zich een statushiërarchie gevormd met één persoon, de populaire presentator Matthijs van Nieuwkerk, aan de top. Die het bij die positie passende gedrag vertoonde. Als er een fout was gemaakt, werd er geïntimideerd.

Even later staat hij tegenover een geluidsman. 'Wat sta je daar nou man? ', schreeuwt Van Nieuwkerk.

Dan begint hij te razen. Zijn woede is zo extreem dat velen het zich drie jaar na dato nog herinneren. (...)

De geluidsman probeert wat terug te zeggen, maar hij komt niet boven de presentator uit. ‘Het is meneer Van Nieuwkerk voor jou’, horen aanwezigen hem schreeuwen.

‘Jij!’, schreeuwt de presentator volgens meerdere getuigen. ‘Jij had hier op je knieën moeten zitten, en moeten zeggen: sorry.’ (...)

‘Zeg sórry meneer Van Nieuwkerk’, roept de presentator. Om hen heen is het doodstil.

En dan doet de man wat hij zegt. ‘Sorry meneer Van Nieuwkerk’, brengt hij uit.

De Volkskrantredacteuren spraken met meer dan zeventig oud-medewerkers, van wie ruim vijftig vertelden dat er achter de schermen bij DWDD "structureel grensoverschrijdend gedrag" plaats vond. 

Uit de verhalen blijkt dat Van Nieuwkerk extreme woede-­uitbarstingen had. Vele medewerkers werden door de presentator ten overstaan van anderen op centimeters afstand toegeschreeuwd, vernederd en geïntimideerd. Medewerkers beschreven aan de Volkskrant tientallen van zulke incidenten, slechts enkele daarvan zijn opgenomen in dit verhaal.

Dat is de overheersingskant van het statuscompetitiepatroon, die van de vernedering en de intimidatie. De andere kant is die van de onderdanigheid, van het zich erbij neerleggen en proberen er nog het beste van te maken. En hoe minder dat laatste lukt, van de immobilisatie, van het verstijfd zijn door angst voor wat er elk moment kan gebeuren. Een toestand die op den duur tot gezondheidsklachten leidt.

Tientallen medewerkers kregen als gevolg hiervan burn-outs, ernstige psychische klachten zoals angst- en paniek­aanvallen, of raakten anderszins beschadigd. De krant sprak met mensen die zeggen hier tot op de dag van vandaag last van te hebben. Sommigen zijn nog steeds verminderd inzetbaar of kampen nog altijd met angstgevoelens, nachtmerries of andere klachten die hen belemmeren in hun werk. Tientallen mensen hebben de televisiewereld hierdoor definitief verlaten. De krant beschikt over vertrouwelijke mails, berichten uit appgroepen, medische dossiers, contracten, vaststellingsovereenkomsten en communicatie met advocaten, die de verklaringen ondersteunen.

Sociaalwetenschappelijk gezien heerste daar achter de schermen het statuscompetitiepatroon. Niet aan een stuk door, met tussenpozen waarin alles pais en vree leek, maar met de voortdurende dreiging dat het patroon weer manifest zou worden. In termen van de Dual Mode-theorie, een toestand die dicht in de buurt ligt van het statuscompetitie-evenwicht. 

Een toestand waarin sociale onveiligheid heerst, onveiligheid dus die door anderen wordt toegebracht. Voor de medewerkers de onveiligheid van de (dreiging met) intimidatie en vernedering. Voor Van Nieuwkerk zelf de onveiligheid van de dreiging van het tekortschieten in het altijd overeind houden van het beeld van de succesvolle presentator, van de televisiester die "in de Champions League" speelt. Waarbij hij mede afhankelijk is van diezelfde medewerkers en dus altijd hen kan aanwijzen als de schuldigen van het tekortschieten.

Als er iets misgaat, vraagt Van Nieuwkerk zich volgens vele bronnen meestal maar een ding af: wie heeft dit gedaan?

‘Het was jóúw fout, jóúw schuld’, zegt een andere redacteur. ‘Daardoor ging je enorm aan jezelf twijfelen. Na een uitzending kwam hij naar me toe in de redactieruimte en ging vlak voor me staan. Ten overstaan van de redactie werd ik ­minutenlang met de grond gelijk gemaakt. ‘Je bent waardeloos!’, schreeuwde hij. Het was enorm intimiderend.

Kortom, mocht je een voorbeeld zoeken van hoe dat statuscompetitiepatroon zich kan voltrekken, dan heb je er hier wel een gevonden. 

In een volgend bericht gaat het over wat er sociaalwetenschappelijk valt te zeggen over hoe het kon ontstaan. Hier het vervolg.

dinsdag 15 november 2022

Democratische verkiezingen zijn er niet alleen om iedereen in de besluitvorming te laten meetellen, maar ook om het gemakkelijker te maken om antidemocraten, die uit zijn op onderdrukking, naar huis te kunnen sturen.

Als het statuscompetitiepatroon vrij baan heeft gekregen, dan komt er al gauw de evenwichtstoestand tevoorschijn van de statushiërarchie. De toestand dus waarin de overheersers erin geslaagd zijn om de anderen zoveel angst aan te jagen en zo te intimideren dat ze in hun onderdanigheid berusten. Als vechten of vluchten niet goed mogelijk zijn, dan rest alleen nog de reactie van de immobilisatie, dus van het verstijfd zijn van angst en het zich terugtrekken.

Die drie reacties komen in werking in een toestand van ervaren onveiligheid. Van ons autonome zenuwstelsel is de ventrale tak van de nervus vagus actief is als we ons veilig voelen. Dan treedt de positieve toestand op van ontspanning en sociale betrokkenheid. Maar als we gevaar waarnemen, en ons onveilig voelen, dan wordt oftewel de spinale sympathische route geactiveerd (voor vechten of vluchten), oftewel de dorsale tak van de nervus vagus. In dat laatste geval treedt de immobilisatie op, die we in de psychiatrie ook kennen als depressie. Dan gaat het over personen die reageren op wat hen individueel overkomt.

Het collectief optreden van immobilisatie maakt begrijpelijk dat onderdrukkers zo vaak in hun opzet slagen en dat opstanden en revoluties vaak lang op zich laten wachten. Net zo als het moeilijk is om iemand van een depressie te bevrijden, is er heel wat voor nodig om een collectief van onderdrukten uit hun sluimer van de immobilisatie te laten ontwaken. Denk aan hoe Nederlanders reageerden op de onderdrukking door de Duitse bezetters van 1940 tot 1945. (Hier het vorige bericht in deze reeks.) Er was weliswaar verzet tegen de onderdrukking, maar slechts zo'n vijf procent van de Nederlanders was daarin actief. Daardoor kon niet worden verhinderd dat de Duitsers veel onheil aanrichtten. Citaat uit het vierde bericht in deze reeks:

driekwart van de Joodse landgenoten werden weggevoerd en vermoord. Directie en personeel van de Spoorwegen hadden kunnen weigeren om daaraan mee te werken. Directie en personeel van het bedrijf dat de Jodensterren vervaardigde, hadden kunnen weigeren om die opdracht aan te nemen. Politieagenten hadden op grotere schaal kunnen weigeren om mee te werken aan het oppakken en deporteren van Joodse landgenoten. Zie de Historiekpagina De Nederlandse politie in de Tweede Wereldoorlog. 

En het had tot gevolg dat we niet onszelf bevrijdden, maar dat er hulp van buitenaf voor nodig was. De grote meerderheid van de Nederlanders was door de Duitsers succesvol geïmmobiliseerd, door intimidatie passief gemaakt.

Ik noemde al dat het doorbreken van zo'n toestand van collectieve immobilisatie  mogelijk is als de onderdrukten van elkaar doorkrijgen hoe groot de bereidheid tot verzet is. Want hoe meer mensen ervan overtuigd raken dat ze er niet alleen voor staan als ze in verzet komen, hoe groter de kans dat die immobilisatie omslaat in collectief verzet. De gezamenlijkheid van het verzet zorgt voor de onderlinge sociale betrokkenheid die voldoende veiligheidsgevoelens verschaft voor de collectieve vechtreactie. Ik noemde al dat zich zo'n proces waarschijnlijk in Iran heeft afgespeeld. Mensen kregen van elkaar door dat ze de onderdrukking niet langer tolereerden. En toen gingen ze massaal de straten en de pleinen op.

Dat deed me eraan denken hoe groot het belang is van vrije, democratische verkiezingen. Neem nu de recente verkiezingen in de Verenigde Staten. Velen vreesden dat de Republikeinen zoveel succes zouden boeken dat ze vervolgens met de verkregen meerderheid de democratie zouden afschaffen. Alles wees erop dat ze daar op uit waren. Ze maakten zich tot de stem van de witte minderheid die hun ideeën wilde opleggen aan de meerderheid. Dat ging gepaard met intimidatie en geweld. Denk aan de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021. Denk aan de uitlatingen van Donald Trump en andere Republikeinse politici. 

De effecten daarvan op de Amerikaanse bevolking zullen aanzienlijk zijn geweest. Veel van hen zullen geïntimeerd zijn geweest. Bang voor wat er zou kunnen gebeuren. Misschien zo geïmmobiliseerd dat ze niet de straat op zouden zijn gegaan. Maar gelukkig konden ze nog gewoon hun stem uitbrengen, ook al moesten ze daar vaak uren voor in de rij staan. Opvallend was de grote opkomst van jongeren. Doordat er nog behoorlijk vrije en eerlijke verkiezingen waren, hoefde je niet meer te doen dan je stem uit te brengen. 

Democratische verkiezingen zijn er niet alleen om iedereen in de besluitvorming te laten meetellen, maar ook om het gemakkelijker te maken om antidemocraten, die uit zijn op onderdrukking, naar huis te kunnen sturen. De door Trump ondersteunde kandidaten die duidelijk hadden gemaakt dat ze de verkiezing van Biden niet erkenden, werden weggestemd.

vrijdag 7 oktober 2022

Als het statuscompetitiepatroon vrij baan krijgt, dan voelt iedereen, ook de onderdrukker, zich onveilig. - Een sociaalwetenschappelijk zicht op hoe Nederlanders reageerden op de Duitse Bezetting - 7.

De vraag naar hoe Nederlanders reageerden op de bezetting en onderdrukking door de Duitsers in 1940-1945, waar deze reeks berichten over gaat, is een bijzonder geval van het algemenere probleem hoe mensen omgaan met toestanden van onveiligheid als niet alleen zijzelf maar ook veel anderen door die onveiligheid getroffen worden. Zie hier het vorige bericht. Andere gevallen waar ik het over had, waren de toestand waarin de Duitsers zelf verkeerden toen ze eenmaal door kregen dat Hitler en zijn trawanten het helemaal niet goed met hen voorhadden en de toestand die op het ogenblik in Iran bestaat, waar de bevolking, vooral de vrouwen, in opstand komt tegen het onderdrukkende ayatollah-regime. 

En ik noemde ook al de onveiligheid en dreiging die voortkomt uit de door mensen veroorzaakte klimaatverandering en uit het onvermogen en de onwil van de regeringen en machthebbers om daar voldoende maatregelen tegen te nemen. En denk natuurlijk ook aan de toestand in Rusland, waar de Russen beginnen door te krijgen dat Poetin niet hun belangen nastreeft, maar in de ban is van een ideologische fantasiewereld.

In al zulke gevallen kan de onveiligheid en bedreiging zo groot zijn dat de angst mensen in de immobilisatiereactie duwt, dus in het verstijfd zijn, in het zich terugtrekken en het zich koest houden. Waardoor de vraag dringend wordt hoe mensen uit die toestand kunnen "ontwaken". 

En daarop is in ieder geval een deel van het antwoord dat dat ontwaken erdoor wordt bevorderd als mensen over elkaars bereidheid tot actie en verzet geïnformeerd raken. Dan gloort er hoop, want als dat verzet groot genoeg is, dan kan dat een einde maken aan de onderdrukking. De kans op collectieve en succesvolle actie activeert de sociale betrokkenheid van het gemeenschapsgedrag en daarmee het ontwaken uit de immobilisatie. 

Toegespitst op de vraag waardoor het verzet in Nederland gedurende de Duitse bezetting niet omvangrijker was, zou dit betekenen dat Nederlanders maar weinig geïnformeerd waren over elkaars bereidheid tot verzet. In het eerste bericht in deze reeks kwam al de schatting voorbij dat slechts zo'n vijf procent  van de bevolking actief was in het georganiseerde verzet. De rest, afgezien van die andere vijf procent die collaboreerden met de bezetters, zal wel enige kennis hebben gehad van dat verzet, maar hield daaraan niet de indruk over dat massaal verzet op het punt stond door te breken. Afgezien van de korte Februaristaking, was het verzet slechts weinig zichtbaar. Juist omdat het zo gering van omvang was, moest het zich in het verborgene afspelen. Van een doorbraak naar demonstraties in straten en op pleinen, zoals nu in Iran, is het nooit gekomen. 

Dat kwam natuurlijk ook doordat de bezetter erop uit was, zoals onderdrukkers dat altijd zijn, om verzet in de kiem te smoren. Die immobilisatiereactie is precies wat de onderdrukker beoogt te bereiken. Dus intimidatie, door buitensporig geweld, represailles, martelingen. Het Duitse bombardement op Rotterdam in mei 1940 had natuurlijk ook de bedoeling om te intimideren. Het behoort tot het "natuurlijke "gedrag van de onderdrukker om angst en vrees aan te jagen. 

Het sociale patroon van de onderdrukking is dat van de statushiërarchie, waarin de onderdrukker zijn eigen veiligheidsgevoel najaagt door de onveiligheidsgevoelens van de onderdrukten, dus van iedereen, zoveel mogelijk aan te wakkeren. Denk aan de paranoia van Stalin en zijn schrikbewind, waarin iedereen elke nacht van zijn bed kon worden gelicht. 

En denk aan de paranoia van Poetin en de vele moordaanslagen op zijn tegenstanders, de "verraders". Vandaag zestien jaar geleden, op Poetins verjaardag, werd de kritische journaliste Anna Politkovskaja vermoord, nadat eerder een poging was gedaan haar te vergiftigen. Zulke vergiftigingspogingen waren er meer. En er waren opvallend veel tegenstanders die omkwamen doordat ze uit het raam vielen of overboord sloegen. Niet alleen om die personen uit de weg te ruimen, maar vooral ook vanwege de algehele intimidatie die er het effect van is.

Als het statuscompetitiepatroon vrij baan krijgt, dan voelt iedereen zich onveilig. De onderdrukten zijn verstijfd van angst. En de onderdrukker lijdt aan paranoia. Hier het vervolg.

vrijdag 29 juli 2022

Sociale vluchtigheid maakt dat sociale winst niet tot stand komt - mensen zouden vaker "iets van zich moeten laten horen" dan ze doen

We moeten het weer eens over sociale vluchtigheid hebben.

In de maatschappij die wij kennen leidt vrijwel iedereen zijn/haar leven onder de conditie van sociale vluchtigheid. Dat wil zeggen dat de meeste mensen buiten de eigen, vaak kleine, kring van vertrouwde anderen, familie, vrienden. dagelijks te maken hebben, face to face of via sociale media, met anderen die ze niet of alleen maar vluchtig kennen.

Onze sociale leefwereld is dus voor een groot deel vluchtig. Daar groeien we in op, we zijn eraan "gewend" en staan er zelden bij stil. Maar als je bedenkt dat wij een sociale diersoort zijn, die in de loop van zijn evolutie morele gemeenschapsintuïties heeft ontwikkeld, dan dringt zich aan je op dat die sociale vluchtigheid ons voor grote uitdagingen stelt. Scrol maar eens door al die berichten achter het label sociale vluchtigheid om meer te weten te komen over de aard van die uitdagingen.

Het punt is dat we in die vluchtige sociale leefwereld ons niet altijd zo maar door onze morele gemeenschapsintuïties kunnen laten leiden. We zijn daar altijd enigszins of sterk op onze hoede. Misschien komen we in een statusstrijd terecht en dan moeten we daaraan meedoen. Of voelen we de drang om daaraan mee te doen. En dan gaan we voor de zekerheid maar in de aanval. We bluffen en doen stoerder dan we eigenlijk zijn. Of we kruipen in onze schulp omdat de ander ons al heeft geïntimideerd. 

Het gaat er om dat we in die sociaal vluchtige leefwereld altijd onzeker zijn over wat we kunnen verwachten en over hoe we ons het beste kunnen opstellen. Dat maakt dat we in ons leven niet alleen te maken hebben met de sociaal veilige leefwereld van de kring van vertrouwde contacten, maar ook met de sociale onveiligheid van die sociale vluchtigheid. En het is die sociale onveiligheid die maakt dat zoveel mensen lijden aan de stress van statuscompetitie en eenzaamheid en aan de psychische aandoeningen die daaruit voortkomen.

Die sociale onzekerheid is natuurlijk een informatieprobleem. Want je komt misschien met anderen in een statusstrijd terecht, terwijl geen van de betrokkenen daar op uit was. Er is vaak collectieve stoerdoenerij. Om maar niet de eigen kwetsbaarheid te laten zien. Of mensen zijn terughoudend in pogingen om contacten met anderen te leggen (een praatje maken), uit vrees om te worden afgewezen en als zwak of zielig over te komen. Of terughoudend in het vragen om hulp. Terwijl onderzoek uitwijst dat we ons beter voelen door een praatje met een vreemde en als we door anderen om hulp gevraagd worden.

Zo'n informatieprobleem blijkt er ook te bestaan in die gevallen waarin mensen een ooit vertrouwd contact, een goede vriend of vriendin, uit het oog zijn verloren. Dat kan nu eenmaal gemakkelijk gebeuren in een sociaal vluchtige maatschappij. Door verhuizing of baanverandering. Je wilde allebei contact houden, maar dat kwam er niet van. En je voelt nu schroom om opnieuw contact te zoeken. Omdat je niet weet hoe de ander dat zal opvatten. Misschien is er van de andere kant helemaal geen interesse meer in hernieuwd contact. Stel dat de ander koel reageert. Dat kan pijnlijk zijn en dus laat je het erbij.

Welnu, er is goed nieuws. Uit een serie deelonderzoeken waarover in de nieuwe studie The Surprise of Reaching Out: Appreciated More Than We Think verslag wordt gedaan, blijkt dat mensen die zich afvragen of ze "iets van zich zullen laten horen" sterk onderschatten hoe prettig de ontvangers daarvan dat zouden vinden. En die onderschatting maakt dus dat het herstel van oude vriendschappen te weinig gebeurt. Er blijkt sociale "winst" te zijn die niet tot stand komt.

Dat is dus ook een uitdaging van de sociale vluchtigheid. Schroom overwinnen en toch de stap zetten om na lange tijd weer eens iets van je te laten horen. Dat wordt dus meer op prijs gesteld dan je geneigd bent te denken.

dinsdag 12 juli 2022

De strijd om de democratie houdt nooit op (1) - Over waarom de Grondwet een aanhef krijgt

De Grondwetswijziging die vorige week door de Eerste Kamer werd aangenomen, houdt onder meer in dat de Grondwet een aanhef krijgt, die als volgt luidt:

De Grondwet waarborgt de grondrechten en de democratische rechtsstaat.

Bovendien wordt het bestaande artikel 120 geschrapt, waarin het de rechter niet is toegestaan om nieuw aangenomen wetten aan de Grondwet te toetsen, Tot nu toe kon de rechter wel toetsen aan de internationale mensenrechtenverdragen, zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Zie het bericht in de NRC van gisteren: Minister Hanke Bruins Slot: ‘Een grondwet moet je dus ook onderhouden’.

Dat nu ook kan worden getoetst aan de Grondwet, en dus aan de eisen van "grondrechten en de democratische rechtsstaat", is van betekenis. Mensenrechten, grondrechten, de democratische rechtsstaat, dat alles verwijst naar de morele gemeenschapsintuïties van het iedereen-telt-mee, die het morele fundament van de democratie uitmaken. En net zoals in het sociale en maatschappelijk leven die morele gemeenschapsintuïties ons ertoe aanzetten om de statuscompetitie en de statushiërarchie te onderdrukken, doen ze dat in het domein van de politiek om de vijanden van de democratie het hoofd te bieden. En dus om te voorkomen dat de democratie wordt vernietigd en vervangen door een autocratische, dictatoriale, fascistische, kleptocratische of plutocratische statushiërarchie. De innerlijke tegenstrijdigheid van de menselijke sociale natuur werkt nu eenmaal door in ons sociale, maatschappelijke én politieke leven. De strijd om de democratie houdt nooit op.

Die strijd om de democratie is daarmee onvermijdelijk ook een centraal sociaalwetenschappelijk thema. En dus is het niet verwonderlijk dat er op dit blog tot nu toe al 113 berichten aan zijn gewijd.

Uit al die berichten komt naar voren dat de democratie gevaar loopt als toenemende ongelijkheid en bestaansonzekerheid onder grote delen van de bevolking onveiligheidsgevoelens en daarmee een statuscompetitief wereldbeeld aanwakkeren. In dat wereldbeeld zijn er altijd vijanden, die bestreden en nog liever uitgeschakeld en zelfs geëlimineerd dienen te worden. Als mensen eenmaal in dat statuscompetitiepatroon terecht zijn gekomen, is er vrij spel voor wantrouwen, paranoia en samenzweringstheorieën. 

Ook als vijanden er objectief niet zijn, kunnen ze dan toch gemakkelijk worden "gevonden". De morele intuïtie van het iedereen-telt-mee is dan volledig uit het zicht verdwenen. Morele oproepen worden met diep wantrouwen ontvangen en als "politiek correct" en "woke" onschadelijk gemaakt. Niets lijkt het amorele wereldbeeld nog te kunnen verstoren.

Dat er nu die grondwetswijziging is aangenomen, waarin die aanhef over grondrechten en de democratische rechtsstaat kennelijk nodig werd gevonden, wijst erop dat we in een tijd leven waarin de democratie bedreigd wordt. Eerder werd zo'n aanhef niet nodig gevonden. Sociaalwetenschappelijk gezien doet dat vermoeden dat we te maken hebben gehad met toenemende ongelijkheid en bestaansonzekerheid. 

En natuurlijk wijst alles erop dat zulks inderdaad het geval is geweest. Meer ongelijkheid en meer bestaansonzekerheid waren nauwelijks verhulde, ja, vaak openlijk beleden,  doelstellingen van het neoliberale denken dat sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw de politiek in zijn greep kreeg. Het vloeide voort uit de morele luchtledigheid waartoe het vak economie zich al langer geleden bekeerd had. 

Maar het kreeg de wind in de rug van al diegenen die dachten beter af te zijn met het inperken van het democratische iedereen-telt-mee. De overheid moest allereerst in dienst staan van marktwerking als de voornaamste, ja, enige, bron van welvaart. Dat zou zogenaamd goed zijn voor iedereen (trickle-down), maar het ging toch vooral om meer kansen om rijk te worden en te blijven voor de weinigen en te profiteren van de door bestaansonzekerheid afgedwongen inspanningen van velen. Vandaar de afbraak van de sociale zekerheid van de verzorgingsstaat en de deregulering van de arbeidsmarkt en van de woningmarkt.

Met dus als onontkoombaar gevolg dat het statuscompetitieve wereldbeeld breed ingang vond. En dat dus de democratie bedreigd werd. En dat als reactie daarop die aanhef in de Grondwet er moest komen. Wordt vervolgd. Hier het vervolg.

vrijdag 18 februari 2022

Hoe krijgen we een betere samenleving? Door meer rekening te houden met de fundamentele menselijke behoefte aan sociale veiligheid - Een eerste stapje zou zijn om het pestprobleem op scholen aan te pakken

In hoe we onze samenleving inrichten houden we veel te weinig rekening met de fundamentele menselijke behoefte aan sociale veiligheid. De behoefte dus aan een omgeving waarin mensen elkaar vertrouwen en accepteren. Waarin het gemeenschapsgedrag overheerst en het statuscompetitiegedrag geen kans krijgt. 

Onze huidige samenleving komt veel te weinig aan die behoefte tegemoet. Vandaar dat we de stress van statuscompetitie, ongelijkheid, armoede, angstgevoelens en eenzaamheid kennen en daarmee samenhangend de hoge prevalentie van psychische aandoeningen. 

Maar hoe richt je de samenleving anders in? Als je daar bij stilstaat, dan zinkt je al gauw de moed in de schoenen. Want waar te beginnen?

Welnu, we zouden kunnen beginnen met politici te kiezen die inzicht hebben in het fundamentele belang van die menselijke behoefte aan sociale veiligheid en die dus een beleid voorstaan waarin iedereen meetelt. Waarin de ongelijkheid en dus de statuscompetitie binnen de perken wordt gehouden. Waarin de menselijke waardigheid van het iedereen-telt-mee voorop staat. Waarin niet een minister voor armoedebeleid nodig is omdat andere ministeries er al voor zorgen dat niemand in armoede hoeft te leven. Waarin iedereen een fatsoenlijk dak boven het hoofd heeft. Waarin werkgevers wettelijk verplicht zijn om hun werknemers een sociaal veilige werkomgeving te bieden. Waarin ondernemingen met een wettelijk omschreven taakopdracht tot maatschappelijk verantwoord ondernemen zijn toegerust. Kortom, een beleid dat gebaseerd is op het inzicht dat de maatschappij een gezamenlijk moreel project is.

Daar zouden we allemaal mee kunnen beginnen. 

Maar dan is er ook nog een ander begin. Want waar begint in de levensloop de (confrontatie met) statuscompetitie? 

Die begint voor iedereen op het moment dat we de sociale veiligheid van het gezin waarin we opgroeiden, die er gelukkig vaak is, moeten verlaten en we voor het eerst te maken krijgen met de onveiligheid van de statuscompetitie. Dat is dus op het moment dat we onze kinderen naar school sturen. En dus naar de sociaal onveilige omgeving die we gecreëerd hebben met de wijze waarop we het onderwijs georganiseerd hebben. Die sociale onveiligheid blijkt eruit dat zoveel kinderen gedurende hun onderwijsloopbaan met pesten te maken krijgen. 

Van pesten weten we dat het onderdeel is van dat vermaledijde statuscompetitiepatroon. En er zijn aanwijzingen dat die onderlinge statuscompetitie in het onderwijs in de hand wordt gewerkt doordat scholen te groot zijn en doordat er op de meeste scholen naar leeftijd gegroepeerd wordt. Zie Minder pesten door kleinere scholen en leeftijdsgemengde groepen. 

Daarin ging het er ook over hoe ernstig dat pestprobleem is, zowel op de korte termijn als op de lange termijn. Gepest worden is stressvol en laat diepe littekens na. Het leert kinderen dat je in onze maatschappij in sociaal onveilige omgevingen terecht kunt komen en sociale onveiligheidsgevoelens zijn een belangrijke, zo niet de voornaamste, oorzaak van psychische aandoeningen.

Over dat pesten op scholen en de negatieve gevolgen ervan is nu het proefschrift Bullying Victimisation throught an Interpersonal Lens verschenen, waarop Minita Franzen vorige week in Groningen promoveerde. Het hieraan voorafgaande is eigenlijk een wat lang uitgevallen inleiding op wat ik uit dat proefschrift naar voren wilde halen.

Minita Franzen onderzocht het verband tussen gepest worden en de kans op het ontwikkelen van een depressie. Ze doet dat met een theoretisch kader, de Contemporary Integrative Interpersonal
Theory
(CITT), dat sterke overeenkomsten vertoont met de eerste twee stellingen van de op dit blog veel voorbijkomende Dual Mode-theorie. Gedrag tussen mensen kan volgens die theorie langs twee dimensies worden gekarakteriseerd, die van Agency (overeenkomend met statuscompetitiegedrag) en die van Communion (overeenkomend met gemeenschapsgedrag). De dimensie van gemeenschapsgedrag loopt van het uiterste van vijandigheid naar het andere uiterste van vriendelijkheid. En de dimensie van statuscompetitie loopt van overheersing naar onderwerping. Dat komt overeen met de Eerste stelling van de Dual-Mode theorie.

Bovendien lokt het statuscompetitiegedrag van de een dat van de ander uit: dat wil zeggen, het overheersend gedrag van de een vergroot de kans op onderwerpingsgedrag van de ander. En op de dimensie gemeenschapsgedrag lokt vijandigheid van de een vijandigheid van de ander uit en vriendelijkheid van de een vriendelijkheid van de ander. Het verschil met de tweede Stelling van de Dual-Mode-theorie is dat daar statuscompetitiegedrag van de een dat van de ander uitlokt, wat zowel kan leiden tot een manifeste statusstrijd als een stabiel statusverschil, waarin de een overheerst en de ander zich onderwerpt.

Hoe dan ook, Minita Franzen beschouwt het pestgedrag als een poging tot overheersing en de reactie daarop van het slachtoffer als onderwerping. En een uitingsvorm van onderwerping is depressie. Gepest worden leert je dat de wereld onveilig is en dat onveiligheidsgevoel zet aan tot depressief gedrag, met symptomen als neerslachtigheid, slecht over jezelf denken, slecht slapen, concentratieproblemen, nergens in geïnteresseerd zijn en zelfmoordgedachten hebben. Noch de wereld om je heen, noch jijzelf zijn nog de moeite waard. Volgens de evolutionaire psychiatrie is depressief gedrag een aanpassing aan het door anderen gedomineerd worden, als een poging om de schade nog zoveel mogelijk te beperken. "Ik ben al verslagen en ben geen gevaar meer."

Klopt het nu dat gepest worden en gepest zijn de kans op depressie vergroot? Ja, Minita Franzen vindt daar voor aanwijzingen. Scholieren die gepest werden toen ze 13 jaar waren, hadden op 19-jarige leeftijd meer depressieve symptomen. Bovendien bleek dat ze toen ze 16 jaar waren meer vijandigheidsgevoelens hadden, wat je kunt zien als een aanwijzing dat ze de wereld als sociaal onveiliger zagen. En die sociale onveiligheidsgevoelens bleken een tussenliggende schakel te zijn: een derde van het verband tussen het gepest zijn en de latere depressiesymptomen werd verklaard door die onveiligheidsgevoelens.

Kortom, het aanpakken van dat pestprobleem, waar zo veel scholieren mee te maken hebben, zou een goed eerste stap op weg naar een betere samenleving. Waarin we dus meer rekening houden met die fundamentele menselijke behoefte aan sociale veiligheid.

vrijdag 14 januari 2022

Over vooronderstellingen, toestanden van voorbereid zijn, bewustzijn en evolutie

We blijven nog even bij dat eerste inzicht van David Bohm, het inzicht dat er altijd vooronderstellingen ten grondslag liggen aan onze meningen, oordelen en waarnemingen. Zie hier het vorige bericht. (Het tweede inzicht is dat, althans in ons soort samenleving, vooronderstellingen tussen personen sterk kunnen verschillen. Waardoor mensen het moeilijk vinden om een dialoog aan te gaan.)

Hoe komt het dat we zo emotioneel reageren als onze vooronderstellingen in twijfel worden getrokken? Zoals we in het vorige bericht zagen gebeuren bij die economen die werden geconfronteerd met onderzoek dat hun vooronderstelling van "de wet van vraag en aanbod" in twijfel trok? 

Het punt is dat onze vooronderstellingen ons vaak zo vertrouwd zijn dat we ons er niet (meer) van bewust zijn. Ze zijn onderdeel geworden van wie we zijn. En als we er bewust van worden gemaakt, doordat iemand anders ze tegenspreekt, dan is onze eerste impuls om ze als noodzakelijkheden te zien. Mensen kunnen, zegt Bohm (p. 56), noodzakelijke gedachten hebben: 

Iets wat noodzakelijk is, kan niet anders en moet zo zijn. (...) Alles wat noodzakelijk is, is absoluut. Noodzakelijkheden kunnen met elkaar in conflict raken. Het kan zijn dat jouw opvatting onafwendbaar lijkt, maar die van de ander ook. Je kunt daarbij het gevoel hebben dat de opvatting van de ander in jou gaat werken en zich tegenover de jouwe opstelt. Zo kun je in een innerlijk conflict raken.

De ervaring van dat innerlijke conflict is zo bedreigend dat hij emotionele afweer oproept. Die erin kan resulteren dat de tegengestelde vooronderstelling met alle middelen moet worden bestreden. Er is meteen die andere noodzakelijke gedachte dat die tegengestelde opvatting niet waar kan zijn. Onmogelijk.

Hoe komen we aan zulke onbewuste en vertrouwde gedachten die we als noodzakelijkheden gaan ervaren zodra we er bewust van worden gemaakt? In het geval van die economen is het duidelijk dat we ze hebben aangeleerd, doordat we het vak economie hebben gestudeerd, waarin die "wet van vraag en aanbod" als vanzelfsprekendheid, ja, als noodzakelijkheid, wordt gepresenteerd. We zijn in het vak en in de groep van vakgenoten gesocialiseerd. We hebben aangeleerd om als econoom naar de wereld te kijken. En dat werd sterk vergemakkelijkt doordat we dat samen met anderen deden. Voortdurend werden we eraan herinnerd dat de anderen om ons heen ook zo naar de wereld kijken. (Ik verplaats me nu even in een econoom. Zo moeilijk is dat niet, omdat ik, hoewel socioloog, economie als groot bijvak studeerde en na mijn studie enige tijd "in de ban was" van het neoklassieke economische denken.)

Dat beschrijft dus een traject waarin wat eerst bewust was, toen we er mee kennismaakten, op den duur zo vertrouwd wordt dat we er niet meer over nadenken en het verschuift naar het onbewuste.

Wat meteen de vraag oproept of onbewuste vooronderstellingen altijd eerst bewust waren. We zagen al bij Bohm dat vooronderstellingen de neerslag zijn van opgedane ervaringen. Maar hoe moeten we ons dat voorstellen als we terug gaan naar het begin, zeg naar de geboorte? Als je daarover nadenkt, dan onderken je dat we niet als een onbeschreven blad op de wereld komen. De evolutie heeft er voor gezorgd dat we al zijn toegerust met impliciete verwachtingen over wat ons te wachten staat. Zodra er leven ontstond, werden ervaringen opgedaan en werd er geselecteerd op vermogens om daar goed op te reageren; goed in de zin van bijdragen aan overleving en reproductie.

Dat wijst erop dat niet alleen onze eigen opgedane ervaringen, maar ook de opgedane ervaringen van alle levende wezens uit het verleden invloed uitoefenen op welke vooronderstellingen wij gedurende ons leven, vanaf onze geboorte, (kunnen) ontwikkelen. 

Om dat meteen wat concreter te maken: vanaf het begin van de evolutie is het cruciaal geweest om te overleven, dus om te kunnen onderscheiden tussen een veilige en een onveilige omgeving. Dat onderscheidingsvermogen ligt bij de geboorte als het ware klaar om in werking te treden. Plus de daarmee verbonden gedragspatronen om oftewel op veiligheid oftewel op onveiligheid adequaat te reageren. Adequaat in de zin van welke reacties, van alle reacties die er in het evolutionaire verleden geweest zijn, het meest tot overleving hebben bijgedragen.

Dat betekent, en intensieve volgers van dit blog moeten dat al hebben zien aankomen, dat de eerder op dit blog geïntroduceerde "toestanden van voorbereid zijn" niets anders zijn dan wat David Bohm vooronderstellingen noemt. Zie hier het eerste bericht over die toestanden van voorbereid zijn: Wat betekent het precies dat sociale gedragspatronen, zoals gemeenschapsgedrag en statuscompetitiegedrag, "klaar liggen om uitgevoerd te worden"? In het geval van de reactie gemeenschapsgedrag is het de vooronderstelling dat de omgeving veilig is en in het geval van de reactie statuscompetitiegedrag de vooronderstelling van onveiligheid.

Dat laat ook meteen zien dat vooronderstellingen niet altijd eerst bewust hoeven te zijn geweest. We zijn er al op voorbereid dat onze omgeving veilig of onveilig kan zijn voordat we, rond het eind van ons tweede levensjaar, ons zelfbewustzijn ontwikkeld hebben. En ook gedurende de rest van ons leven hebben die twee vooronderstellingen, van veiligheid dan wel onveiligheid, een invloed op ons gedrag waar we ons vaak niet bewust van zijn.

Meer daarover en over dat tweede inzicht van Bohm, dat vooronderstellingen tussen mensen kunnen verschillen en dat daardoor een dialoog zo moeilijk en toch zo noodzakelijk is, in het vervolg. Hier het volgende bericht.

vrijdag 3 september 2021

Naïviteit in de sociale wetenschappen: de blinde vlek voor menselijke kwaadaardigheid

In de nieuwe studie Psychometric Analysis of a Postulated Set of Evolved Human Motives komen de onderzoekers met een evolutionair-theoretisch onderbouwd antwoord op de vraag naar wat mensen drijft, naar wat hun motivaties zijn. 

Redenerend vanuit het gegeven dat mensen zoals alle levende wezens erop geselecteerd zijn om te overleven en zich voort te planten, komen ze tot een lijst van 15 motieven, die direct of meer indirect daarmee in verband staan. Voor elk motief bedachten ze een aantal uitspraken, waarop deelnemers aan het onderzoek konden antwoorden met eens of oneens. Na verschillende factoranalyses van die antwoorden, bleven er uiteindelijk deze 14 motieven over (met de bijbehorende uitspraken; schuif de balk aan de rechterkant van de tabel helemaal naar beneden om de tekst eronder door te kunnen lezen):

Reduced Human Motives Scale*.

MotiveQItemPercent agree/strongly agree
LustQ2I like to experiment with different sexual positions50
Q4The sheer pleasure of sex is one of life's great rewards61
Q7I hope I'll still be having sex regularly when I get old61
HungerQ15I really enjoy every bite of what I eat63
Q17Throughout the day, I am always looking forward to the next meal42
Q19I enjoy shopping for food59
FearQ31I could easily stand up to someone if they threatened me58
Q35I would never go skydiving63
Q37I enjoy going on roller coasters36
DisgustQ43I would be disgusted to find mold on some food I was eating75
Q44Smelling milk that has gone off makes me nauseous58
Q50I always keep my kitchen free from any germs61
AttractQ52I like to dress provocatively13
Q56My friends would say I'm a flirt23
Q59I like to hang out where I might meet desirable partners14
LoveQ62I am happiest when I am with a person I love74
Q64I'd rather spend time with my partner than do anything else57
Q69Finding your ideal life partner is the best thing that can happen to you69
NurtureQ71The smile of a child is one of the most beautiful things on the planet73
Q72Being a parent is the most important role one can play in life68
Q73Doing the little things that are needed to make sure a child is safe and secure give me satisfaction75
HoardQ85I always like to keep plenty of spare items around just in case I need them62
Q86I feel secure when I'm surrounded by stuff that might come in handy60
Q87I'm always buying things that I don't really need28
CreateQ94I constantly make small improvements to the things I own49
Q97I would like to build my own house52
Q100I like coming up with new inventions34
AffiliateQ103I spend a lot of time keeping in contact with my friends37
Q104I can't say I know a lot of people43
Q106I prefer to work in a team37
StatusQ111Much of what I do is designed to improve my social position14
Q113Holding a well-respected position in society is important to me26
Q118I enjoy showing off things that tell people I'm important20
JusticeQ121I would scold anyone who was inconsiderate to others56
Q122I get angry when I see someone take advantage of others85
Q127I am not afraid to stand up for the right thing79
CuriosityQ131It would be a great thrill to discover something no one has ever known before76
Q133I get a lot of pleasure from discovering how things work65
Q134I am fascinated by going to places I haven't visited before76
PlayQ145I've always enjoyed play acting25
Q147I love to learn new skills72
Q150I enjoy contemplating new ideas74

De hele lijst is interessant, maar het gaat mij nu in het bijzonder om het statusmotief. Want de aard van de drie uitspraken waarmee dat motief is geoperationaliseerd, bevestigt weer eens dat sociale wetenschappers een blinde vlek hebben voor de kwaadaardige kant van de menselijke sociale natuur. Er is in hun evolutionaire aanpak, die op zichzelf waardering verdient, geen plaats voor de innerlijke tegenstrijdigheid tussen gemeenschapsgedrag (het Affiliate motief) en statuscompetitiegedrag (het Status motief). 

Daardoor kiezen ze voor drie wel heel onschuldige operationaliseringen van dat statusmotief. Als ze zich het belang hadden gerealiseerd van de aard van de sociale omgeving, dan hadden ze er oog voor gehad dat het voor wat mensen nastreven uitmaakt of die omgeving veilig of onveilig is. In een veilige omgeving vertonen mensen gemakkelijk gemeenschapsgedrag, dus gedrag dat geleid wordt door het Affiliate motief. 

Maar de sociale omgeving kan ook onveilig zijn en dan wordt het statusmotief getriggerd. Want die onveiligheid is er doordat anderen in je sociale omgeving het niet goed met jou voorhebben en precies dat statuscompetitiegedrag vertonen. Dan moet je je verdedigen. En dat kan een veel kwaadaardiger motief inhouden dan je positie willen verbeteren, gerespecteerd willen worden of indruk willen maken. 

Als anderen erop uit zijn om jou te overheersen, of als je denkt dat dat zo is, en je wilt daar niet in berusten, dan moet je je agressieve en krachtdadige kant laten zien. Dat gaat het niet meer om het onschuldige streven naar status, maar om een statusstrijd. Lees nog eens wat ik over de Dual Mode-theorie schrijf in Een sociologie die ertoe doet: een realistisch normatief kader voor sociale hervormingen.

Natuurlijk is er in de sociale wetenschappen wel oog voor die statusstrijd en voor de daarbij horende kwaadaardigheid. Denk aan het onderzoek naar de twee wereldbeelden van het rechtsextremisme, het beeld van de gevaarlijke wereld en dat van de wereld als een amorele jungle. Daaruit blijkt de agressieve kant van de menselijke sociale natuur, die de kop kan opsteken als het erom gaat om zo hoog mogelijk in de statushiërarchie terecht te komen. Altijd ten koste van anderen.

Maar als sociale wetenschappers zich meer in het algemeen bezig houden met de aard van de menselijke sociale natuur, met wat mensen drijft, zoals in deze studie, dan vervallen ze in een wereldvreemde naïviteit. Zelfs ook als ze wel degelijk oog hebben voor de evolutionaire achtergrond.

Ik blijf me daarover verbazen.