Nieuw onderzoek bevestigt eerdere resultaten dat mindfulness-training, naast gunstige cognitieve en welzijnseffecten, ook de kans op pro-sociaal gedrag verhoogt.
Het gaat om de net verschenen studie Mindfulness and Compassion: An Examination of Mechanism and Scalability. De onderzoekers vergeleken proefpersonen die drie weken lang een mindfulness-training hadden gedaan met een controlegroep die in die periode een ander soort cognitieve training volgden. De mindfulness-training bestond er uit dat je dagelijks, via Headspace, een mindfulness meditatiesessie volgde van ongeveer 12 minuten.
Na die training kwamen de proefpersonen naar het laboratorium voor een testsessie. Daar moesten ze even wachten in een wachtruimte met drie stoelen, waarvan twee waren bezet. Vervolgens werd gekeken hoe ze reageerden op het binnenkomen van iemand die slecht ter been was. Het bleek toen dat degenen die de mindfulness-training achter de rug hadden vaker hun zitplaats aanboden dan degenen die de andere training hadden gevolgd. Met een statistisch significant verschil van 37 procent tegen 14 procent. (Die andere twee personen waren ingewijden, die dus niet hun plaats aanboden.)
Opmerkelijk is dat de mindfulness-training alleen gericht was op oefening in het aandacht hebben voor lichaam of ademhaling en het opmerken van afdwalende gedachten zonder daarover te oordelen. Het ging dus niet om compassie meditatie-training, waarvan al bekend was dat die de kans op pro-sociaal gedrag verhoogt. Zie het bericht Meer pro-sociaal gedrag door compassietraining. Compassietraining is bedoeld om gevoelens van compassie te vergroten voor jezelf en voor je naasten, maar ook voor anderen, vreemden en zelfs lastige personen. En dat blijkt dus te werken zoals bedoeld.
Maar nu weten we dus dat ook mindfulness-training zonder die gerichtheid op compassie mensen pro-socialer maakt. Het zou kunnen dat die training je empathische vermogens vergroot, waardoor je eerder geneigd bent iemand te helpen. Maar de proefpersonen in dit onderzoek bleken na die training niet te verschillen in een test voor empathische vaardigheden.
De onderzoekers houden het er op dat je door mindfulness-training leert om meer aandacht te hebben voor alles wat er gebeurt en om minder bezig te zijn met je eigen directe behoeftebevrediging. Als het ware jezelf te overstijgen. Je zou daardoor eerder opmerken dat iemand hulp nodig heeft en je zou eerder je eigen behoeften even aan de kant zetten. Ze verwijzen onder meer naar deze studie uit 2012: Self-awareness, self-regulation, and self-transcendence (S-ART): a framework for understanding the neurobiological mechanisms of mindfulness, waar ik nog wel eens meer tijd voor zou willen nemen.
Wat zou het verband zijn, ging ik denken, tussen dagdromen en mindfulness? Want we weten dat dagdromen hersengebieden activeert die samenhangen met gerichtheid op anderen. Zie Waarom we meer moeten dagdromen - Maakt creatief en sociaal. En bij dagdromen lijkt ook je neiging om alles meteen te willen beoordelen even buiten werking te worden gesteld.
Is ons leven zo gejaagd en gestrest geworden dat we er niet meer toe komen om genoeg te dagdromen, waardoor we in plaats daarvan mindfulness-trainingen gaan volgen?
Over een nieuw sociaalwetenschappelijk zicht op mens en maatschappij. En over de lange weg daarnaartoe.
Posts tonen met het label dagdromen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dagdromen. Alle posts tonen
vrijdag 20 februari 2015
donderdag 5 februari 2015
Waarom we meer moeten dagdromen - Maakt creatief en sociaal
Daniel Levittin, de auteur van het boek Een opgeruimde geest, geeft vandaag in De Volkskrant als belangrijkste advies dat we meer moeten dagdromen:
Dagdromen lukte mij in het verleden vaak heel goed bij het hardlopen. Ik liep hard ter ontspanning, niet om te presteren. En inderdaad, na zo'n half uur lopen dienden nieuwe ideeën zich zomaar moeiteloos aan. Jammer genoeg lukt dat hardlopen niet meer door een versleten knie.
Maar er is nog een ander gunstig effect van dagdromen. Dat heeft er mee te maken dat wij in een heel fundamenteel opzicht sociale dieren zijn. Zoals in het bericht Hoe fundamenteel sociaal zijn wij? uitgelegd, zijn onze hersenen er in een toestand van rust op voorbereid om de bedoelingen van anderen te begrijpen. Ons brein heeft een default-instelling waarin we naar binnen gericht zijn en dagdromen. En er is dan een netwerk actief dat maakt dat we sociaal zijn ingesteld. Het bereidt ons er op voor om op een goede manier met anderen om te gaan. Om ons in hen in te leven en hen te begrijpen.
Intrigerend. Als we naar binnen gericht zijn, dan zijn we op anderen gericht. Dat mag je wel fundamenteel sociaal noemen. En tegelijkertijd verhoogt dagdromen dus onze creativiteit.
Dagdromen moet. Hoe doen we dat? Volgens Levittin:
En zo komen we er dus niet toe om te dagdromen. En zijn we minder creatief en minder sociaal dan waartoe we in staat zijn.
De natuurlijke toestand van de hersenen is dagdromen. En wij denken de hele dag dat we moeten strijden tegen dagdromen omdat het niet productief is. Terwijl het juist de stand van ons brein is waarin zelfkritiek en angst worden uitgeschakeld en waar creativiteit de ruimte krijgt.En dat klopt. Als we ons veilig voelen en niet kritisch zijn op onszelf, wat er vaak op neerkomt dat we ons bezighouden met de mogelijke kritiek van anderen, dan is er ruimte om stil te staan bij de gedachten die spontaan bij ons opkomen. Door je open te stellen voor alles wat opborrelt, zie je soms ineens verbanden die tot dan verborgen bleven. Dagdromen verhoogt dus je creativiteit.
Dagdromen lukte mij in het verleden vaak heel goed bij het hardlopen. Ik liep hard ter ontspanning, niet om te presteren. En inderdaad, na zo'n half uur lopen dienden nieuwe ideeën zich zomaar moeiteloos aan. Jammer genoeg lukt dat hardlopen niet meer door een versleten knie.
Maar er is nog een ander gunstig effect van dagdromen. Dat heeft er mee te maken dat wij in een heel fundamenteel opzicht sociale dieren zijn. Zoals in het bericht Hoe fundamenteel sociaal zijn wij? uitgelegd, zijn onze hersenen er in een toestand van rust op voorbereid om de bedoelingen van anderen te begrijpen. Ons brein heeft een default-instelling waarin we naar binnen gericht zijn en dagdromen. En er is dan een netwerk actief dat maakt dat we sociaal zijn ingesteld. Het bereidt ons er op voor om op een goede manier met anderen om te gaan. Om ons in hen in te leven en hen te begrijpen.
Intrigerend. Als we naar binnen gericht zijn, dan zijn we op anderen gericht. Dat mag je wel fundamenteel sociaal noemen. En tegelijkertijd verhoogt dagdromen dus onze creativiteit.
Dagdromen moet. Hoe doen we dat? Volgens Levittin:
Door lichaamsbeweging (!) of door in de natuur te zijn. Lezen, muziek, kunst. Even je ogen sluiten of gewoon uit het raam staren - het zijn allemaal manieren om in de dagdroommodus te komen.Wat houdt ons tegen? Volgens Levittin is dat de informatiestroom die elke dag over ons heen komt. En misschien ligt daar een paradox. We hebben veiligheid nodig om te kunnen dagdromen. Maar we denken dat het voor veiligheid nodig is om al die informatie in ons op te nemen en te verwerken. Want wie weet wat we niet allemaal aan informatie nodig hebben om het leven goed door te komen. Stel je voor dat je iets heel belangrijks mist. Vreselijk.
En zo komen we er dus niet toe om te dagdromen. En zijn we minder creatief en minder sociaal dan waartoe we in staat zijn.
donderdag 22 januari 2015
Hoe fundamenteel sociaal zijn wij?
Mensen zijn fundamenteel sociaal. In de zin dat de spontane activiteit in onze hersenen in een toestand van rust, ons er op voorbereidt om snel de bedoelingen van andere mensen te begrijpen. De spontane activiteit in het zogenaamde default- (terugval-)netwerk van onze hersenen als we geen prikkels van buiten krijgen, "zorgt er voor" dat we voorbereid zijn (geprimed zijn) op een intentionele houding tegenover mensen. Dat is de uitkomst van de studie The Default Mode of Human Brain Function Primes the Intentional Stance (pdf).
Dat defaultnetwerk is een netwerk van (frontale en pariëtale) gebieden in de hersenen dat vooral actief is in een toestand van rust, waarin we niet op gebeurtenissen in de buitenwereld zijn gericht. We zijn met onszelf bezig (introspectie) of we zijn aan het dagdromen. Mentale activiteit dus die spontaan ontstaat zonder door de buitenwereld te zijn uitgelokt. Als we weer iets gaan doen, dus op de buitenwereld gaan reageren, dan wordt dat netwerk weer minder actief.
Dat is boeiend, want waarvoor hebben we het dan nodig? Die vraag dringt zich op als je bedenkt dat het grootste deel van het energieverbruik van onze hersenen verbonden is met dit defaultnetwerk. In die rusttoestand gebruiken de hersenen meer energie dan wanneer je bezig bent met een rekensom op te lossen.
Als je dan ook nog bedenkt dat onze hersenen een buitenproportioneel deel opsouperen van de totale energie die ons lichaam nodig heeft, dan moet het wel zo zijn dat dat de activiteit in dat defaultnetwerk uiterst belangrijk is voor onze aanpassing aan de omgeving.
En dat belang lijkt er dus in te liggen dat we er altijd op zijn voorbereid om op een goede manier met andere mensen om te gaan. Het wijst dus op het grote belang van de sociale omgeving voor ons welzijn en voor onze overleving. Wij zijn fundamenteel sociaal.
De onderzoekers lieten proefpersonen foto's van mensen zien en beoordelen of een zin een geschikte beschrijving was van wat ze zagen. Die zin sloeg oftewel op de intentionaliteit van de handeling, bijvoorbeeld het lezen van een boek, oftewel op een fysiek aspect van het beeld. Heel kort samengevat, bleek toen dat een hogere activiteit in het defaultnetwerk voorafgaand aan de taak, samenging met een grotere gerichtheid op de bedoelingen van de afgebeelde personen.
Het onderzoek wijst ons op het grote belang van de vroege ontwikkeling van het defaultnetwerk bij pasgeborenen, omdat het hen een jump start verschaft voor het aanleren van de benodigde sociale vaardigheden in een complexe sociale omgeving, waarin we van elkaar afhankelijk zijn. In de woorden van de onderzoekers (hun laatste alinea):
Dat defaultnetwerk is een netwerk van (frontale en pariëtale) gebieden in de hersenen dat vooral actief is in een toestand van rust, waarin we niet op gebeurtenissen in de buitenwereld zijn gericht. We zijn met onszelf bezig (introspectie) of we zijn aan het dagdromen. Mentale activiteit dus die spontaan ontstaat zonder door de buitenwereld te zijn uitgelokt. Als we weer iets gaan doen, dus op de buitenwereld gaan reageren, dan wordt dat netwerk weer minder actief.
Dat is boeiend, want waarvoor hebben we het dan nodig? Die vraag dringt zich op als je bedenkt dat het grootste deel van het energieverbruik van onze hersenen verbonden is met dit defaultnetwerk. In die rusttoestand gebruiken de hersenen meer energie dan wanneer je bezig bent met een rekensom op te lossen.
Als je dan ook nog bedenkt dat onze hersenen een buitenproportioneel deel opsouperen van de totale energie die ons lichaam nodig heeft, dan moet het wel zo zijn dat dat de activiteit in dat defaultnetwerk uiterst belangrijk is voor onze aanpassing aan de omgeving.
En dat belang lijkt er dus in te liggen dat we er altijd op zijn voorbereid om op een goede manier met andere mensen om te gaan. Het wijst dus op het grote belang van de sociale omgeving voor ons welzijn en voor onze overleving. Wij zijn fundamenteel sociaal.
De onderzoekers lieten proefpersonen foto's van mensen zien en beoordelen of een zin een geschikte beschrijving was van wat ze zagen. Die zin sloeg oftewel op de intentionaliteit van de handeling, bijvoorbeeld het lezen van een boek, oftewel op een fysiek aspect van het beeld. Heel kort samengevat, bleek toen dat een hogere activiteit in het defaultnetwerk voorafgaand aan de taak, samenging met een grotere gerichtheid op de bedoelingen van de afgebeelde personen.
Het onderzoek wijst ons op het grote belang van de vroege ontwikkeling van het defaultnetwerk bij pasgeborenen, omdat het hen een jump start verschaft voor het aanleren van de benodigde sociale vaardigheden in een complexe sociale omgeving, waarin we van elkaar afhankelijk zijn. In de woorden van de onderzoekers (hun laatste alinea):
The data we present here suggest that the DMN ( het defaultnetwerk) and its activity in between moments of directed thought may be evolution’s solution to the problem of other minds. Evolution seems to have made a “bet” that the best thing to do with any spare moment is to get ready to see the world in terms of other minds. This bet has allowed human beings to get together in groups and achieve far more than ever would have been possible separately.Wat het betekent om een sociale diersoort te zijn, wordt weer iets duidelijker. Denk ook nog even aan de belangrijke rol van spiegelneuronen. Zie het bericht Spiegelneuronen, nadenken en intuïtie.
Abonneren op:
Posts (Atom)