Posts tonen met het label online contacten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label online contacten. Alle posts tonen

vrijdag 16 november 2018

Vooroordelen wegnemen via internet, kan dat?

Voor- en tegenstanders van Zwarte Piet zijn met elkaar in gesprek gegaan. Kick Out Zwarte Piet-voorman Jerry Afriyie en "Blokkeer-Friezen" troffen elkaar in de woonkamer van activiste en vlogster Joyce Beukema in Leeuwarden. Zie het bericht in de Leeuwarder Courant: Blokkeerders in gesprek met Kick Out Zwarte Piet. Een citaat:
,,We zijn een gesegregeerd land”, zei Afriyie. ,,Iedereen zit achter zijn eigen muren, in zijn eigen bubbel. Gelukkig zijn er mensen die proberen om over die muren heen te klimmen. Iets zei me dat ik hier vanavond moest zijn. Ik ben heel blij dat ik het gedaan heb.”
Volgens de sociaalwetenschappelijke contacthypothese is de kans groot dat de beide partijen meer begrip voor elkaar hebben gekregen en dat de wederzijdse vooroordelen wat zijn verzacht. Zie hier de berichten op dit blog achter het label contacthypothese. 

Het ging hier om een face-to-face contact. Jeryy Afriye nam de moeite om er voor naar Leeuwarden te reizen.

Vaak zal het niet zo gemakkelijk zijn om tegenstanders face-to-face bij elkaar te krijgen. Zou het ook via internet kunnen? Kunnen vooroordelen ook via online contacten worden verminderd?

Ja, dat blijkt het geval te zijn. Australische onderzoekers ontwikkelden een online programma, E-contact, waarmee leden van verschillende groepen elkaar leren kennen en met elkaar samenwerken. Zo brachten ze katholieken en protestanten in Noord-Ierland, moslim en katholieke leerlingen van gesegregeerde scholen in Australië, homoseksuelen en heteroseksuelen en mensen met en zonder schizofrenie online met elkaar in contact.

Met als resultaat dat mensen meer begrip voor elkaar kregen en dat vooroordelen werden verminderd. Hier doen de onderzoekers daar verslag van: How research is helping to reduce prejudice between people online. Een uitgebreider overzicht vind je hier: Improving Intergroup Relations in the Internet Age: A Critical Review. 

Als het internet aan zichzelf wordt overgelaten, is er het levensgrote gevaar dat iedereen zich in zijn eigen zeepbel opsluit. En dat het kuddegedrag juist wordt versterkt.

Maar je blijkt het internet dus ook te kunnen inzetten om mensen juist dichter bij elkaar te brengen.

donderdag 5 januari 2017

Tijdsbesteding aan sociale media maakt eenzamen juist (nog) ongelukkiger

We leven in een maatschappij waarin het hebben van sociale contacten niet vanzelf spreekt.

Daardoor komt aan het licht dat het wel hebben van sociale contacten bevorderlijk is voor welzijn en zelfs gezondheid. En omgekeerd, een gebrek aan sociale contacten en eenzaamheid maken ziek. Achter de labels geluk en gezondheid is op dit blog het vele onderzoek besproken dat hierover uitsluitsel geeft.

Sinds we naast face-to-face contacten ook contacten hebben via sociale media, komt de vraag op of online contacten in de plaats kunnen komen van de echte, fysieke contacten. Daarover waren aanvankelijk wel optimistische geluiden.

Dat was het zelfde optimisme dat heerste in de sociologie van na de Tweede Wereldoorlog. In het vak heerste toen het "functionalisme", dat kort gezegd uitdroeg dat in de maatschappij alles vanzelf weer goed komt. Zo herinner ik me van de Amerikaanse socioloog Eugene Litwak (voor vakgenoten: een leerling van Talcott Parsons) de passage dat het helemaal niet erg was dat familieleden en vrienden verder uit elkaar gingen wonen, want ze konden elkaar toch bellen en in de auto stappen. En voor elkaar helpen konden ze geld overmaken.
Ik zocht het even op en het gaat om het artikel Primary Group Structures and Their Functions: Kin, Neighbors, and Friends uit 1969. 
Face-to-face hoefde helemaal niet. En als dat verloren ging, dan zorgden nieuwe, technische ontwikkelingen er als vanzelf voor dat er iets voor in de plaats kwam dat dezelfde functie had. Als de functionalisten van toen gelijk hadden gehad, dan hadden we nu niet het probleem van eenzaamheid gekend.

Zoals gezegd, dat optimisme kwam weer een beetje terug met de opkomst van internet. Maar onderzoek wees al gauw uit dat het zo niet werkte. Zie de eerdere berichten op dit blog:
Gelukkiger door real-life vrienden, niet door on-line vrienden en Facebook is leuk, maar geen vervanging voor echte sociale contacten.

Er is nu het nieuwe onderzoek Social Network Sites, Individual Social Capital and Happiness dat in dezelfde richting wijst. De onderzoekers analyseerden de gegevens van ruim 600 deelnemers van tussen de 15 en 44 jaar aan de Dutch Longitudinal Internet Studies for the Social Sciences (LISS). Van hen waren bekend hoeveel tijd ze besteedden aan sociale media (Facebook, Hyves, Myspace, Sugababes, Twitter en dating sites), hoe gelukkig ze zich voelden, hoe vaak ze contact hadden met familie en vrienden, hoe tevreden ze waren met hun contacten en hoe eenzaam ze zich voelden.

Uit de analyses komt dan naar voren dat inderdaad degenen die vaker face-to-face contact hebben met familie en vrienden gelukkiger zijn. Daarentegen maken de contacten op de sociale media, gemeten aan de tijdsbesteding daaraan, niet gelukkiger. Het verband is zelfs negatief, maar niet statistisch significant. Online contacten zijn dus zoals verwacht geen vervanging voor echte contacten.

Maar wat ook bleek is dat het meer actief zijn op de sociale media degenen die zich eenzaam voelden en die ontevreden waren met hun sociale contacten juist minder gelukkig maakten. En dat is opvallend. Als je eenzaam bent, kun je kennelijk beter eenzaam zijn met minder sociale media-activiteit dan met meer.

Het is uit het onderzoek niet duidelijk wat het oorzakelijk verband is. Worden de eenzamen ongelukkiger doordat ze meer actief zijn op de sociale media? Of zijn het de meer ongelukkigen onder de eenzamen die meer bezig zijn met sociale media?

Omdat de de deelnemers (althans een deel daarvan) twee keer ondervraagd werden, met een tussenpoos van een jaar, hadden de onderzoekers kunnen proberen daar een antwoord op te vinden. Waarom ze dat niet gedaan hebben is mij niet helemaal duidelijk.

woensdag 30 januari 2013

Gelukkiger door real-life vrienden, niet door on-line vrienden - Gezondheid en sociale omgeving (21)

Dat mensen sociale dieren zijn, blijkt er onder meer uit dat ze gelukkiger, tevredener en gezonder zijn als ze een gunstiger sociale omgeving hebben. En een gunstige sociale omgeving heb je als regelmatig contacten hebt met vertrouwde anderen, zoals met familie en vrienden. In een serie berichten heb ik daar aandacht aan besteed, waarvan dit bericht het eerste was. Je vindt die serie, samen met andere berichten, achter het label gezondheid.

Een vraag die daar enkele keren terug komt, is of echte vriendschappen vervangbaar zijn door bijvoorbeeld imaginaire vrienden, huisdieren of televisiepersoonlijkheden. Maar omdat wij tegenwoordig veel tijd online doorbrengen, kun je je ook afvragen of het aantal online vrienden dat je hebt, ook bijdraagt aan je geluk, tevredenheid of gezondheid.

Uit het net verschenen onderzoek Comparing the happiness effects of real and online friends van John F. Helliwell en Haifang Huang blijkt dat dat niet het geval is. Terwijl het aantal real-life vrienden het geluk en de tevredenheid met het leven verhoogt, is dat verband niet aanwezig met het aantal online vrienden dat mensen hebben. Eerder zijn er (zwakke) aanwijzingen dat het verband negatief is: hoe meer online vrienden mensen aangeven te hebben, hoe minder gelukkig en tevreden ze zijn.

maandag 7 november 2011

Facebook is leuk, maar geen vervanging voor echte sociale contacten

Naast "real life" sociale contacten hebben we tegenwoordig ook online contacten. zoals bijvoorbeeld op Facebook. Een bekend punt van discussie is of die online contacten wel of niet dezelfde "waarde" en functies hebben als de werkelijke contacten. (Voor een deel vallen ze natuurlijk samen, maar over het algemeen is het online sociale netwerk omvangrijker dan het "real life" netwerk.)

Uit vroeger onderzoek herinner ik me dat (nieuwe) online contacten alleen dan bijdroegen tot vermindering van eenzaamheidsgevoelens als ze werden aangevuld met "real life" ontmoetingen. Meer licht op deze vraag werpt een onderzoek waarin met behulp van MRI de hersenen werden vergeleken van mensen met minder of meer sociale contacten, onderscheiden naar "real life" en online (Facebook). Lang niet alles in het artikel is voor een relatieve leek als ik ben goed te begrijpen, maar de voornaamste uitkomst is duidelijk.

Het blijkt dat de omvang (grey matter volume) van enkele delen van de hersenschors specifiek samenhangen met de omvang van het online (Facebook) netwerk. Met andere woorden: die hangt niet samen met de omvang van het "real life" netwerk. Deze hersendelen zijn actief bij het waarnemen van lichaamsbewegingen, hoewel ze ook betrokken zijn bij het waarnemen van intenties en het navigeren in sociale groepen.

Wel met de omvang van het "real life" netwerk hangen andere delen van de hersenschors samen en dat zijn duidelijk de (nog) meer "sociale" delen, die te maken hebben met het begrijpen van handelingen en bedoelingen van anderen en het je kunnen verplaatsen in anderen.

Dat wijst dus op een verschil tussen de "waarde" en de functie van het "real life" en het Facebook netwerk. Dat blijkt er ook uit dat de omvang van de amygdala, die een belangrijke rol speelt in sociale interacties, sterker met het "real life" netwerk samenhangt dan met het Facebook netwerk.

Voorlopige conclusie: Facebook is leuk, maar geen vervanging voor echte sociale contacten. Maar wisten we dat niet eigenlijk al?