Posts tonen met het label fallacy of composition. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fallacy of composition. Alle posts tonen

vrijdag 24 januari 2020

Maakt de Commissie-Borstlap de "fallacy of composition"? Waarom Lodewijk Asscher gelijk heeft

Het Eindrapport van de Commissie Regulering van Werk (Cie. Borstlap) getuigt van een inzicht dat misschien snel een nieuwe consensus wordt, namelijk dat de neoliberale ideologie van deregulering en kleine overheid zijn langste tijd heeft gehad. Misschien keren we gewoon terug op het pad van de vooruitgang. Je kunt dat rapport hier lezen: In wat voor land willen wij werken? Naar een nieuw ontwerp voor de regulering van werk.

Maar het rapport kent een opvallende ambivalentie. Aan de ene kant zijn er voorstellen om de flexibiliteit op de arbeidsmarkt vergaand terug te dringen. Maar daar staat weer het voorstel tegenover om de vaste contracten aanzienlijk flexibeler te maken. In de woorden van de Commissie (p. 65):
Om werkgevers ruimte te bieden voor het organiseren van aanpassingsvermogen binnen hun organisatie, adviseert de Commissie werkgevers soortgelijke rechten toe te kennen als de rechten van werknemers op grond van de Wet flexibel werken. Dit betekent concreet dat de interne wendbaarheid binnen het contract voor onbepaalde tijd voor werkgevers wordt vergroot op het terrein van arbeidsomvang en salaris (tot een bepaald percentage), maar ook op het terrein van functie, werklocatie en arbeidstijden. De werkgever krijgt de mogelijkheid deze arbeidsvoorwaarden eenzijdig te wijzigen indien bedrijfseconomische omstandigheden daartoe aanleiding geven.
En dat is opvallend, omdat alle argumenten die de Commissie noemt om de flexibiliteit terug te dringen, hier ineens geen rol meer lijken te spelen. Hier is ineens weer doorslaggevend dat werkgevers voldoende aanpassingsvermogen moeten hebben en dat ze daarom over voldoende "interne wendbaarheid" moeten beschikken. Met als gevolg dat, in de woorden van PvdA-voorman Lodewijk Asscher, je "zes of zeven miljoen mensen flex gaat maken in plaats van zekerheid geven."

Wat de Commissie met de ene hand, de hand van de vooruitgang, geeft, neemt ze met de andere, neoliberale, hand weer terug. Het lijkt alsof het rapport hier terugschiet in een neoliberale reflex, zonder oog te hebben voor die zorg om de behoefte van mensen aan bestaanszekerheid die eerder zo werd beleden.

Een element van die reflex lijkt een fallacy of composition te zijn. De fout namelijk om geen oog te hebben voor niveauverschillen. Want natuurlijk hebben individuele werkgevers behoefte aan interne wendbaarheid. Ze willen graag snel kunnen reageren op veranderingen, op fluctuaties in de vraag naar hun producten. Want ze moeten immers kunnen concurreren en dan is het zaak om snel je arbeidskosten te kunnen terugdringen.

Maar dat is het niveau van de individuele werkgever. En de regelingen omtrent het arbeidscontract spelen natuurlijk op het niveau van de markt. Ook die concurrenten hebben er mee te maken. Dat is de gedachte van het gelijke speelveld.

Waarbij aan elke werkgever wordt opgelegd om de werkelijke kosten van arbeid op te brengen en te verrekenen in de prijs van het product. En het voldoen aan de menselijke behoefte aan bestaanszekerheid hoort mee te wegen in die werkelijke kosten. Kosten die dus over de consumenten van dat product worden verdeeld.

En ja, het klopt dat wij nu met zijn allen voor veel producten te weinig betalen.

Door de overwegingen op het niveau van de individuele werkgever van toepassing te verklaren op het niveau van de markt waarop die werkgever opereert, maak je de fallacy of composition.

donderdag 2 juli 2015

Hoe de Duitse dovemansoren te verklaren? Over economie en moraliteit

(Update. Zie nu ook Hèt probleem van nu is niet Brexit, maar de Duitse dovemansoren - Over Eucken en Schacht.)
Er is een weergave van een telefoongesprek uit 2011 van de Duitse Bondskanselier Angela Merkel opgedoken waaruit blijkt dat zij toen al het inzicht had dat de Griekse schuldpositie onhoudbaar was. Dat de Grieken hun schulden nooit zouden kunnen terugbetalen. Zie Merkel admitted in 2011 Greek debt unsustainable.

Maar tot nu toe heeft zij niet naar dat inzicht gehandeld. Het geld dat naar Griekenland is gegaan, is daar nooit aangekomen, maar is rechtstreeks naar de vooral Duitse en Franse banken gegaan die voorafgaand aan de crisis en na de invoering van de euro zo graag geld leenden aan de Grieken en de andere zuidelijke eurozonelanden. En die daar veel geld mee hebben verdiend.

Maar waar economen al lang voor pleiten en waar de Griekse regering zo op aandringt, dat er kwijtschelding van de schulden plaats vindt, daar zijn de Duitsers niet toe bereid. De fictie dat de schulden ooit eens zullen worden terugbetaald, moet in stand worden gehouden. En daarom moeten we doorgaan met de Grieken strenge bezuinigingen op te leggen, ook als die de Griekse economie tot stilstand brengen en veel menselijke ellende en wanhoop creëren. De Duitsers willen dat. En de andere regeringen van de eurozonelanden collaboreren met dit economische wanbeleid.

Dit gedrag is dat van een schuldeiser die degene die bij hem in het krijt staat en die aan lager wal is geraakt, niet helpt om er weer bovenop te komen waardoor hij althans nog iets kan terugbetalen, maar die hem nog meer naar beneden duwt. Of hem gevangen laat zetten of hem tot zijn slaaf maakt, zoals dat in de mensheidsgeschiedenis lang gebruikelijk is geweest.

Economisch gezien zou het verstandiger zijn om onhoudbare schulden deels of geheel kwijt te schelden. Verstandiger in de zin van bijdragen aan de algehele economische welvaart. Want niet alleen zijn slaven en geknechten over het algemeen minder productief dan goed betaalde werknemers, ook zorgen die salarissen er voor dat de benodigde vraag naar goederen en diensten in de economie aanwezig is. Want de economie is een kringloop en aanbod schept niet als vanzelf voldoende vraag. Het verbaast daarom niet dat ook schuldkwijtschelding (debt jubilee) veel in de geschiedenis voorkomt. Zie Debt Forgiveness In History.

Hoe te verklaren dat pleidooien voor kwijtschelding van Griekse schulden in Duitsland zo aan dovemansoren zijn gericht? Ondanks dat dus al in 2011 aan hen duidelijk was dat die schulden nooit kunnen worden terugbetaald?

Een verklaring die zich opdringt en die al verschillende keren naar voren is gebracht, luidt dat de Duitsers, althans de huidige machthebbers en sommige economen, een sterke neiging hebben om het schuldenprobleem niet als een economisch, maar eerst en vooral als een moraliteitsprobleem te beschouwen. Er wordt wel geopperd dat dit er mee te maken heeft dat het Duitse woord Schuld ook meteen een morele betekenis heeft, anders dan het Engelse woord debt.

Kan zijn, maar hoe dan ook, de fout ligt op de loer om morele oordelen die van toepassing zijn in het domein van de persoonlijke relaties dat niet zonder meer zijn in het publieke domein van een gehele economie. En die fout, een fallacy of composition, maakte Angela Merkel toen ze het beeld opriep van de zuinige Schwäbische Hausfrau die er altijd voor zorgt dat het huishoudboekje op orde is, als het goede voorbeeld voor regeringen die te maken hebben met het overheidsbudget.

Als je die fout maakt, dan staat niets meer in de weg om economische problemen bij voorkeur te beschouwen als een moraliteitsverhaal. En dat heeft nogal wat gevolgen. Want het roept de morele emoties op van schuld en straf en boete en zelfs wraak. Zit je een keer in dat frame, dan is het moeilijk om nog economisch en zakelijk te redeneren en te oordelen. Er moet "opgetreden worden", er moet "gestraft worden", de schuldige moet "op zijn nummer worden gezet". En "er moet een voorbeeld gesteld worden".

En dat alles, dat zien we te voorschijn komen in dit interview met de Duitse econoom Hans-Werner Sinn, een van de meest uitgesproken moraliteitsdenkers op het terrein van de economie. De ellende in Griekenland is volgens hem juist goed, want het leert mensen en landen wat er met je gebeurt als je teveel schulden maakt.
Die Staatspleite Griechenlands könnte sich für die Eurozone als unerwartet segensreich herausstellen. Nach Ansicht des Ökonomen Hans-Werner Sinn dürfte das Scheitern Athens andere Länder davon abhalten, sich zu überschulden und über ihre Verhältnisse zu leben. „Die Griechenlandkrise ist bei allen Problemen, die sie mit sich bringt, insofern heilsam, als sie den Regierungen klarmacht, dass es so nicht geht: dass die Politik der Überschuldung gefährlich ist, weil man zum Schluss doch in den Staatskonkurs kommt“, sagte Sinn im Gespräch mit FAZ.NET.
Griechenland und andere Defizitsünder spürten jetzt, dass die Solidarität der Geldgeber ihre Grenzen habe. „In jeder Krise liegt, bei allen Schrecken, auch eine Chance: dass man in Zukunft mehr Disziplin in der Eurozone wahren kann“, sagte Sinn, der das Institut für Wirtschaftsforschung Ifo in München leitet.
Let ook op de woorden segensreich, heilsam en Disziplin. Morele overtuigingen en oordelen in de plaats van analyse. Lees voor de analyse even What Is the Real Greek Morality Tale? van Joseph Stiglitz. Dan weet je meteen weer waarom de interpersoonlijke moraal niet voetstoots valt over te hevelen naar de economie.

Dit alles maakt duidelijk waarom het bij Sinn, Merkel en Schäuble en bij de SPD-voorman Gabriel aan dovemansoren gericht is als je hen wijst op de menselijke ellende die door hen is aangericht door aan Griekenland en zelfs heel Europa het bezuinigingsbeleid op te leggen. Overigens met collaboratie van al die andere regeringsleiders. Want die ellende is geen onbedoeld effect van hun beleid, nee, hij is juist geheel en al beoogd. Door een morele bril is boetedoening, straf en een voorbeeld stellen het economisch juiste beleid. Pijn lijden moet.
Update. Zie nu ook Matthew Yglesias. Hij denkt dat die dovemansoren ook instrumenteel zijn te verklaren. Merkel wil Griekenland aan het lijntje houden om zo hervormingen te kunnen afdwingen. Maar als je kijkt naar wat die hervormingen inhouden, dan denk je toch meteen weer aan dat moraliteitsverhaal. Straffen en disciplineren.

vrijdag 14 juni 2013

Inzicht in de denkfouten van de Duitse (en de Nederlandse!) financieel-economische leiders - Wolfgang Lieb

Wolfgang Lieb geeft helder en, als het niet zo treurig was, vermakelijk inzicht in de drie denkfouten van de Duitse financieel-economische elite. Volg de link onderaan en klik de pdf aan voor zijn presentatie. Die drie denkfouten zijn:
  • De fout  te denken dat de overheid de economie moet besturen zoals een huisvrouw het huishoudboekje beheert (zie ook hier)
  • De fout te denken dat inflatie het grootste gevaar is dat ons nu bedreigt
  • De fout te denken dat landen op dezelfde wijze met elkaar moeten concurreren als ondernemingen dat moeten doen
De combinatie van deze denkfouten, die alle drie gemakkelijk hadden kunnen worden vermeden, met iets meer kennis van zaken, is rampzalig voor de Europese, en zelfs voor de wereldeconomie. Natuurlijk is niet alleen Duitsland schuldig, maar evenzeer de Europese Commissie en De Europese Centrale Bank. En uiteraard is ook Nederland schuldig, met in de regering een sociaal-democratische partij die gezien zijn Keynesiaanse wortels beter had moeten weten.

„Die schwäbische Hausfrau“, die Wettbewerbsfähigkeit, die Inflationsangst – die drei Säulenheiligen der deutschen Wirtschafts- und Finanzpolitik | NachDenkSeiten – Die kritische Website:

'via Blog this'

dinsdag 14 mei 2013

Paul Krugman over hoe de bezuinigingszeepbel kon ontstaan. De economie als een "morality play" en de belangen van de rijken

In een artikel in The New York Review of Books naar aanleiding van o.a. het boek Austerity. The History of a Dangerous Idea van Mark Blythe zet Paul Krugman op een rijtje hoe het zo is gekomen dat politici en sommige economen in 2010 begonnen te geloven dat zo snel mogelijk zo veel mogelijk bezuinigen het beste antwoord was op de economische crisis. Zie de link onderaan.

Hoe kon het gebeuren, deze terugval in kennis tot de tijd voor Keynes? Er waren wat publicaties (Alessina en Ardegna, Reinhart en Rogoff) die argumenten leken te verschaffen voor bezuinigen, maar al meteen was duidelijk hoe zwak die waren. Maar politici en financiële beleidsmakers gingen er mee aan de haal. Hoe is dat te verklaren?

Het meest waarschijnlijk lijkt dat ze geen weerstand konden bieden tegen de verleiding om de economie te beschouwen als een morality play. De financiële crisis ontstond door excessieve schulden en het beste antwoord daarop is dus dat mensen daar voor moeten boeten. Maar de economie zit anders in elkaar en boetedoening maakt de problemen erger. Want wat de een uitgeeft is inkomen voor de ander. En als we dus niet alleen privaat onze schulden terugbrengen, maar ook publiek, dan komt de economie tot stilstand. En dat is precies wat er gebeurt. De feitelijke ontwikkeling laat dus zien dat de gekozen bezuinigingsstrategie de verkeerde weg is. Er is een onderscheid tussen wat tussen individuen (op microniveau) moreel juist is en wat dat is op het niveau van een gehele economie. Ja, het blijkt helaas gemakkelijk te zijn om de fallacy of composition te maken.

Maar een aanvullende verklaring kan zijn dat de politici en de financiële beleidsmakers meer oog hebben voor de belangen van de crediteurs, voor degenen die hun uitgeleende geld terug willen hebben, dan voor al degenen die slachtoffer zijn geworden van de drastische bezuinigingen, de werklozen voorop. Al met al zijn de rijken en vooral de allerrijksten er nog niet zo slecht vanaf gekomen. Hun belangen zijn heel behoorlijk gediend.

Het is, zo besluit Krugman,
a terrible story, mainly because of the immense suffering that has resulted from these policy errors. It’s also deeply worrying for those who like to believe that knowledge can make a positive difference in the world. To the extent that policymakers and elite opinion in general have made use of economic analysis at all, they have, as the saying goes, done so the way a drunkard uses a lamppost: for support, not illumination. Papers and economists who told the elite what it wanted to hear were celebrated, despite plenty of evidence that they were wrong; critics were ignored, no matter how often they got it right.
The Reinhart-Rogoff debacle has raised some hopes among the critics that logic and evidence are finally beginning to matter. But the truth is that it’s too soon to tell whether the grip of austerity economics on policy will relax significantly in the face of these revelations. For now, the broader message of the past few years remains just how little good comes from understanding.
How the Case for Austerity Has Crumbled by Paul Krugman | The New York Review of Books

zaterdag 4 augustus 2012

Over de broekriem en het huishoudboekje - Nog eens over de gevaren van beeldspraak in het publieke domein

Als we nadenken over oplossingen voor problemen in het publieke domein, zoals nu het probleem van de eurocrisis en de economische crisis in het algemeen, is het verleidelijk om dat te doen zoals we ook nadenken over het persoonlijke domein, dat van gezin, familie en vrienden. Dat is niet altijd, maar soms wel verkeerd. En dan heel verkeerd.

Eerder, in dit bericht, wees ik op de gevaren van het gebruiken van de beeldspraak van de broekriem die moet worden aangehaald als je teveel hebt uitgegeven. Die beeldspraak is goed van toepassing op het persoonlijke domein van het huishouden. Maar niet op het publieke domein van een overheid, die, in plaats van een huishouden een hele economie moet bestieren. Ik neem nog maar even dit citaat van Robert Shiller op uit dat vorige bericht:
wat verstandig is voor het huishouden is niet verstandig voor de maatschappij als geheel. Dit idee, soms de paradox van de zuinigheid genoemd, is dat als we allemaal tegelijk de broekriem aanhalen, de economie zo verzwakt wordt dat we uiteindelijk minder kunnen besparen, en integendeel allemaal slechter af zijn. Als dat gebeurt, dan is er collectieve actie - overheidsstimulering - nodig.
Eigenlijk is dit een eenvoudig te begrijpen inzicht. Als je er niet naar handelt, maak je de fallacy of composition, de fout van het ten onrechte geldig verklaren van inzichten in de werking van een deel op de werking van het samengestelde geheel. Zie ook nog eens dit bericht, mijn eerste bericht over de bezuinigingszeepbel.

Naast die van de broekriem kom je ook veel de beeldspraak van het huishoudboekje tegen. Waarmee dezelfde fout gemaakt wordt. Teruggekomen van vakantie en de stapel kranten door nemend, kwam ik het opiniestuk "Van schulden is een land nooit ziek geworden" in de Volkskrant van 25 juli van Steven Brakman en Dirk Bezemer tegen. Ze nemen nog maar weer eens de moeite om uit te leggen dat die beeldspraak van het huishoudboekje niet goed van toepassing is op het probleem van overheidsschulden. Voor niet-abonnees is de tekst hier te vinden. Lees het, want het is een verademing, in deze tijd waarin veel politici en, helaas, economen in het verleden verworven inzichten luchthartig en waarschijnlijk onwetend, maar in ieder geval onverantwoordelijk, negeren. Ik las met instemming deze reactie van Jacob Jurg:
Zolang er nog ingezonden brieven nodig zijn om duidelijk te maken wat vroeger voor zich sprak (volgt verwijzing naar het stuk van Brakman en Bezemer), namelijk dat micro-economie niet hetzelfde is als macro-economie, zal het doormodderen blijven.

woensdag 21 september 2011

De bezuinigingszeepbel

Dat er in Europa en de Verenigde Staten een bezuinigingszeepbel is ontstaan, wordt steeds duidelijker. Maar kunnen al die politici die hem hebben doen ontstaan ("bezuinigen is de oplossing voor al onze problemen!"), nog wel op hun schreden terugkeren? Schaüble, Merkel, Cameron, Rutte? (Obama lijkt de U-bocht gemaakt te hebben.) Paul Krugman is daar pessimistisch over, omdat ze dan zouden moeten toegeven dat ze eigenlijk geen idee hadden waar ze over praatten. Dus: hoe redden ze hun gezicht? Laten we voor de goede afloop maar hopen dat ze daar een antwoord op weten te vinden.

Hoe dan ook, sociaalwetenschappelijk gezien is het niet alleen belangrijk om een zeepbel waar te nemen als hij er is, maar ook om inzicht te hebben in hoe hij is ontstaan. Dat helpt bij het voorkomen er van in de toekomst. In ieder geval de volgende twee inzichten lijken mij van belang.

Het eerste is dat zeepbellen dreigen te ontstaan als mensen te weinig informatie hebben om zelfstandig gefundeerde keuzes te maken. Als ze dan een keuze niet kunnen ontlopen, kopiëren ze het gedrag van anderen. De enkelen die dan als eersten een keuze maken, die ongefundeerd kan zijn, kunnen dan een geweldige invloed hebben. De les hieruit is dat we bedacht moeten zijn op informatietekorten. Die tekorten doen zich meer voor in het publieke domein dan in het persoonlijke domein. In onze persoonlijke leefwereld zijn we voor de meeste beslissingen behoorlijk op de hoogte van de zaken waar het om gaat. Maar als we bij verkiezingen onze stem uitbrengen of als we over een beleidsmaatregel een oordeel vormen, dan zijn we meestal slecht geïnformeerd en dus sterk beïnvloedbaar door het gedrag en de meningen van anderen. Kortom, zeepbellen tref je vooral aan in het publieke domein. Het benadrukt de noodzaak van goed onderwijs, goede voorlichting, persvrijheid en een cultuur waarin mensen het als een morele plicht beschouwen om zich goed te informeren.

Het tweede inzicht is dat mensen allereerst in het persoonlijke domein hun morele overtuigingen verwerven en die niet alleen in dat domein, maar ook in het publieke domein toepassen. In in dat laatste geval kan dat tot problemen leiden. Kan, want vaak is een gedrag dat we in het persoonlijk leven als oneerlijk beoordelen, ook oneerlijk als het publiek gedrag is. Maar het publieke domein is te complex om er altijd met uitsluitend onze moraal uit het persoonlijke domein goed over te kunnen oordelen.

Neem de bezuinigingszeepbel. Een van de meest gehoorde en indruk makende argumenten voor overheidsbezuinigingen is dat de overheid, net als een gezin, niet meer moet uitgeven dan er binnenkomt, "de tering naar de nering" moet zetten. Je mag je zelf en je naasten niet in de problemen brengen, ook al omdat je dan uiteindelijk een beroep op anderen moet doen en dat is moreel verwijtbaar als het te vermijden was geweest. Net zo mag de overheid door te hoge begrotingstekorten geen lasten afschuiven naar volgende generaties.

Maar die analogie tussen een gezin en de overheid heeft mankementen. De overheid beheert een totale economie, is voor zijn inkomsten afhankelijk van hoe goed die economie draait en kan dat beïnvloeden. De situatie kan zich voordoen dat die economie tot stilstand komt doordat consumenten (gezinnen) te weinig hebben te besteden, doordat ze werkloos zijn of bezig zijn met het aflossen van schulden. Er kan dan, als bovendien het renteniveau laag is en de bedrijven zwemmen in het geld, een "liquiditeitsval" bestaan, met als oplossing dat de overheid zijn bestedingen verhoogt, met geleend geld, en daarmee het begrotingstekort verhoogt. Daardoor trekt de economische groei weer aan, trekken de bedrijven weer personeel aan, nemen de inkomens toe, kunnen gezinnen hun schulden aflossen en nemen de belastinginkomsten van de overheid toe. Op de langere termijn kan de overheid het tekort weer verlagen. Maar om in te kunnen zien dat het moreel juiste gedrag voor een gezin niet het moreel juiste gedrag hoeft te zijn voor een overheid, moet je behoorlijk goed geïnformeerd zijn over macro-economische inzichten, die op hun beurt door grondige studie en onderzoek tot stand zijn gekomen. Er is dus veel individuele en collectieve inspanning voor nodig.

Het tragische is dat die politici die inspanning niet hebben kunnen opbrengen.

Update. De fout om dat wat op het ene niveau (het gezin) juist is, ook juist te verklaren op het andere niveau (de overheid), is een voorbeeld van de "fallacy of composition".